Voeding algemeen

Zwartbruine hond en kat bij een landelijke tuindeur, met een schaal dierlijke voeding op de voorgrond. Voeding algemeen.

De basis van een gezond leven

Voeding vormt de kern van de gezondheid van je hond en kat. De juiste voeding zorgt namelijk voor een sterk immuunsysteem, gezonde organen, een glanzende vacht en een actief leven. Als gediplomeerd voedingsadviseur geloof ik dat dieren het beste gedijen op een voeding die past bij hun natuurlijke bouw. Daarom gaat mijn eerste voorkeur uit naar hoogwaardige, zorgvuldig samengestelde KVV. Gestoomde voeding en vleesrijke brokken zijn alternatieven; hun daadwerkelijke samenstelling bepaalt mijn beoordeling.

Waarom natuurlijke voeding belangrijk is

Veel commerciële voedingen zijn ontwikkeld om goedkoop en houdbaar te zijn. Daardoor bevatten ze vaak granen, plantaardige vulstoffen of synthetische toevoegingen. Het lichaam van honden en katten heeft deze stoffen echter niet nodig. Sterker nog, ze kunnen juist een belasting vormen.

Daarom is het beter om te kiezen voor natuurlijke voeding. Deze sluit aan bij de echte behoeften van je dier:

  • Meer dierlijk eiwit → beter verteerbaar en passend bij hun spijsvertering.

  • Minder onnatuurlijke toevoegingen → minder belasting van de organen.

  • Een natuurlijker voedingspatroon → dichter bij wat ze in de natuur zouden eten.


Honden en katten: gebouwd voor vlees

Honden worden vaak omschreven als “alleseters”. Toch zijn ze in de kern carnivoren. Hun korte darmen, scherpe kiezen en spijsverteringsenzymen laten zien dat ze vooral gebouwd zijn op vlees. Natuurlijk kunnen honden plantaardige stoffen verwerken, maar dat maakt deze ingrediënten nog niet geschikt of optimaal.

Katten zijn nog specialistischer. Zij zijn namelijk obligate carnivoren. Dat betekent dat ze volledig afhankelijk zijn van dierlijke ingrediënten om gezond te blijven. Zonder vlees krijgen ze tekorten aan belangrijke voedingsstoffen zoals taurine.


Hond – verschillende soorten voeding

Er bestaan meerdere vormen van voeding. Elke soort heeft voor- en nadelen.

  • Rauw (KVV / BARF) → het meest natuurlijk, minimaal bewerkt en met een hoog aandeel dierlijke ingrediënten (vlees/orgaan/bot). Let op hygiëne en variatie in diersoorten.

  • Gestoomde voeding en ander natvoer → beoordeel het aandeel en de kwaliteit van dierlijke ingrediënten, de bewerking en eventuele toevoegingen. Controleer of de voeding volledig is.

  • Brokken → gemakkelijk in gebruik, maar meestal hoger in plantaardige ingrediënten en sterk bewerkt. Kies waar mogelijk hoog dierlijk en een transparante samenstelling.


Kat – verschillende soorten voeding

Katten zijn obligate carnivoren en halen hun voedingsstoffen vooral uit dierlijke ingrediënten.

  • Rauw (KVV / BARF) → sluit het beste aan bij de kat; hoog dierlijk, minimaal bewerkt. Let op taurine, Ca:P-verhouding en hygiëne.

  • Natvoer → levert veel vocht via de maaltijd. Beoordeel daarnaast de dierlijke ingrediënten, de totale samenstelling en of de voeding volledig is.

  • Brokken → handig, maar droog en doorgaans hoger in plantaardige ingrediënten. Stimuleer extra vochtinname en kies recepten met veel dierlijk.


Speciale voedingsbehoeften

Sommige dieren hebben extra ondersteuning nodig. Denk bijvoorbeeld aan:

  • Allergieën

  • Nierproblemen

  • Overgewicht

  • Lever- of blaasproblemen

Voor elk van deze situaties zijn er aparte pagina’s met praktische informatie en lijsten met geschikte natuurlijke snacks.


Zelf berekenen wat er in voer zit

Benieuwd hoeveel koolhydraten (NFE) en dierlijke ingrediënten er écht in het voer van jouw hond of kat zitten?
Met onze berekenpagina ontdek je het zelf.
Zo weet je in een paar seconden of een voeding aansluit bij de natuurlijke behoefte van jouw dier.


Waarom vleesrijke voeding?

Honden en katten zijn van nature vleeseters. Op deze pagina leg ik kort en helder uit
waarom kunnen verteren niet hetzelfde is als biologisch optimaal – met
anatomie, vertering en praktische tips.


Lees: Waarom vleesrijke voeding →


Mijn missie als voedingsadviseur

Met Hond & Katwaardig help ik jou bewuste keuzes te maken in de voeding van je hond en kat. Mijn uitgangspunt is altijd kwaliteit boven beschikbaarheid. Ik kies liever voor een eerlijk en voedzaam product dat écht bijdraagt aan de gezondheid van je dier, dan voor een populaire optie die vooral commercieel aantrekkelijk is.

over mij

“Mijn visie is altijd dat honden en katten carnivoren zijn. [Lees hier mijn volledige visie].”

Hoeveel voeding heeft jouw hond of kat nodig?

De juiste portie is de hoeveelheid waarmee jouw dier voldoende voedingsstoffen binnenkrijgt en op een passende lichaamsconditie blijft. Een voerschema helpt je beginnen. Het vervangt niet het kijken en voelen aan je eigen hond of kat.

Mijn eerste voorkeur blijft hoogwaardige, zorgvuldig samengestelde KVV. De hoeveelheid beoordeel ik per recept en per dier. Hetzelfde geldt voor gestoomde voeding en vleesrijke brokken: de samenstelling én de hoeveelheid die werkelijk wordt gegeten tellen.

Gewicht vertelt niet het hele verhaal

Noteer het gewicht en bekijk de lichaamsvorm. Kun je de ribben voelen zonder hard te drukken? Is er een taille achter de ribben te herkennen? Hoe ziet de buiklijn eruit? Bekijk en voel beide: een dikke vacht kan de vorm verbergen. Deze beoordeling noemen we de lichaamsconditie.

Beoordeel een verandering ten opzichte van je eigen dier. Een getal op de weegschaal vertelt niet hoeveel daarvan vet of spier is. Onverklaard afvallen, spierverlies of een opvallende verandering in eetlust is aanleiding voor beoordeling door een dierenarts, niet voor eindeloos zelf bijregelen.

Waarom even zware dieren niet dezelfde portie krijgen

Beweging, leeftijd, castratiestatus en individuele verschillen beïnvloeden de energiebehoefte. De dagelijkse activiteit van een huishond verschilt van die van een werkende hond. Ook katten verschillen in beweging en leefwijze. Onderzoek naar onderhoudsenergie laat zien dat lichaamsgewicht alleen de behoefte niet nauwkeurig voorspelt.

Een volwassen portieadvies is geen groeischema. Voor pups en kittens moet de voeding passend zijn voor groei en moeten hoeveelheid en conditie tijdens de ontwikkeling worden gevolgd. De bestaande puppygids en kittengids behandelen die situatie afzonderlijk.

Kies een startpunt dat bij het product past

Begin met het voedingsadvies van de exacte variant, of met de afgewogen hoeveelheid waarop een gezond volwassen dier al goed op conditie blijft. Lees of het advies de totale daghoeveelheid bedoelt. Bij een andere receptuur moet je opnieuw kijken: twee KVV-mixen kunnen verschillen in vetgehalte en energiedichtheid.

Energiedichtheid betekent hoeveel calorieën een bepaalde hoeveelheid voer levert. Kijk naar kcal per 100 gram of per kilogram en houd de eenheid gelijk. Staat de energiewaarde niet vermeld, vraag die dan op wanneer je een calorievergelijking wilt maken. Een vaste hoeveelheid grammen of een vast percentage lichaamsgewicht past niet automatisch bij ieder voer en ieder dier.

Grammen voer en calorieën uit snacks

Natuurlijke dierlijke snacks blijven voor mij een waardevolle tweede pijler. Ze horen wel bij wat je dier op een dag binnenkrijgt. Weeg de werkelijk gegeten hoeveelheid, inclusief beloningen van andere huisgenoten. Bij kauwproducten telt het opgegeten deel; de hele aangeboden snack hoeft niet binnen één dag verdwenen te zijn.

Trek extra calorieën niet af als hetzelfde aantal grammen hoofdvoer. Een kleine gedroogde snack kan per gram meer energie leveren dan een vochtige maaltijd. Als je hoofdvoer vermindert, moet het overblijvende voedingspatroon ook voldoende voedingsstoffen blijven leveren.

Voorbeeld Som Hoofdvoeding
Hond: aangenomen dagbudget 600 kcal, snacks 30 kcal, gekozen KVV 150 kcal per 100 g (600 − 30) ÷ 1,5 380 g per dag van dat specifieke product.
Dezelfde hond, maar een alternatief van 380 kcal per 100 g 570 ÷ 3,8 150 g per dag van dat andere product.
Kat: aangenomen dagbudget 200 kcal, snacks 10 kcal, kattenvoer 120 kcal per 100 g (200 − 10) ÷ 1,2 Ongeveer 158 g per dag van dat specifieke kattenvoer.

De grotere of kleinere portie zegt in deze voorbeelden niets over de grondstofkwaliteit. De som helpt de hoeveelheid vergelijken; mijn voedingsbeoordeling blijft gebaseerd op het dier en de werkelijke samenstelling.

Volg de uitkomst en stel gericht bij

Gebruik een keukenweegschaal. Schrijf een korte periode op wat er wordt aangeboden, wat blijft liggen en welke extra’s worden gegeten. Controleer opnieuw onder vergelijkbare omstandigheden: dezelfde weegschaal en zo veel mogelijk hetzelfde meetmoment.

Mijn praktische werkwijze is de portie in kleine, meetbare stappen aan te passen en opnieuw naar gewicht en lichaamsconditie te kijken. Verander niet tegelijk de hoofdvoeding, alle snacks en de hoeveelheid; dan wordt het moeilijk te zien waarop je dier reageert. Er is geen vast bijstelpercentage dat voor ieder dier bewezen juist is.

Bij honden: tel kauwproducten en trainingsbeloningen mee. Bij katten: houd de totale gegeten daghoeveelheid in beeld, ook bij meerdere kleine maaltijden. In een huishouden met verschillende dieren moet duidelijk zijn wie wat eet. Laat een kat niet vasten om een overstap af te dwingen; een kat die niet of nauwelijks eet vraagt tijdige veterinaire beoordeling.

Passende hondensnacks en kattensnacks kies je op eigenschappen, formaat en gebruik. Een portiesom maakt een minder passend product niet alsnog geschikt.

Onderzoeksachtergrond: Bermingham e.a., honden (2014) en katten (2010). Dit zijn analyses van bestaande onderzoeken, geen individuele voedingsschema’s. Het hondenonderzoek is door WALTHAM gefinancierd; bij het kattenonderzoek vond de uitvoering bij Waltham plaats. Die relaties zijn meegewogen. Voor conditiebeoordeling is ook de WSAVA-beoordelingssystematiek als technisch hulpmiddel geraadpleegd; deze bepaalt mijn voedingsvoorkeur niet.