
Hond & Katwaardig · Kennisbank
Begrijp wat je leest en wat je voert
Wat betekent KVV? Wat is het verschil tussen eiwit en ruw eiwit? En wat bedoelen we met een obligate carnivoor? Hier vind je heldere uitleg van begrippen, afkortingen en etikettermen over voeding, natuurlijke snacks, anatomie en verzorging.
Kies een letter of zoek op een woord, afkorting of volledige naam. Klik op een begrip om de uitleg te lezen.
Mijn uitgangspunt als voedingsadviseur: de natuurlijke bouw en oorsprong van hond en kat. Mijn eerste voorkeur is hoogwaardige, zorgvuldig samengestelde KVV. Passende natuurlijke dierlijke snacks vormen een centrale pijler. Gestoomde voeding en vleesrijke brokken beoordeel ik als alternatieven op hun werkelijke samenstelling. Bij medische aandoeningen kunnen aangepaste voedingskundige oplossingen noodzakelijk zijn.
Je kunt ook zoeken op Engelse namen, synoniemen en codes zoals E412. De uitleg onder de begrippen wordt mee doorzocht.
304 begrippen en afkortingen.
Gebruik de letterknoppen of de zoekfunctie van je browser om een begrip te vinden.
Geen begrip gevonden. Probeer een korter woord, de volledige naam of een andere schrijfwijze.
A
AAFCO
Association of American Feed Control Officials. Amerikaanse vereniging die onder meer voedingsprofielen en modelregels voor diervoeding opstelt. AAFCO keurt individuele voedingen niet als kwaliteitskeurmerk goed. Op deze website bepalen de werkelijke ingrediënten en mijn voedingsvisie de kwaliteitsbeoordeling.
Aanvullend diervoeder
Voeding die samen met andere voedingsmiddelen moet worden gevoerd om een toereikend dagrantsoen te vormen. Denk aan een losse vleesmix of snack. Controleer welk totaalmenu bedoeld is; alleen verschillende smaken afwisselen bewijst geen volledigheid.
Additieven
Toegevoegde stoffen met een bepaalde functie. Voorbeelden zijn vitaminen, mineralen, conserveermiddelen en smaakstoffen. Een gerichte vitamine- en mineralentoevoeging is binnen mijn voedingsvisie op zichzelf geen bezwaar; de functie, hoeveelheid en totale samenstelling tellen.
Adult / maintenance
Engelse etikettermen voor volwassen dieren en onderhoud. Onderhoud betekent de normale behoefte buiten groei en voortplanting. Een voeding die alleen daarvoor bedoeld is, is niet vanzelf geschikt voor pups of kittens.
Agar
Ook agar-agar genoemd. Een geleermiddel uit roodwieren dat natvoer steviger maakt of vocht bindt. Het is een hulpmiddel voor de structuur, geen vleesbestanddeel. Binnen mijn voedingsvisie blijven zulke toevoegingen zo beperkt mogelijk.
AGE’s
Advanced Glycation End-products. Een groep verbindingen die onder meer ontstaat wanneer suikers reageren met eiwitten, bijvoorbeeld tijdens verhitting. De hoeveelheid hangt af van grondstoffen en productieomstandigheden. De naam alleen zegt niet hoeveel een dier binnenkrijgt.
ALA
Alfa-linoleenzuur, een omega 3-vetzuur dat onder meer in lijnzaad voorkomt. Het is een ander vetzuur dan EPA en DHA. De omzetting naar die langere omega 3-vetzuren is beperkt en bij katten bijzonder gering.
All Life Stages (ALS)
Engels voor alle levensfasen. Bij diervoeding geeft het aan voor welke levensfasen de fabrikant het product geschikt verklaart. Controleer of groei en eventuele beperkingen expliciet zijn meegenomen. Het is geen aanduiding van vleeskwaliteit.
Alleinfuttermittel
Duitse etiketteringsnaam voor volledig diervoeder: bedoeld om als dagelijkse voeding alle noodzakelijke voedingsstoffen te leveren voor de vermelde dieren en levensfase. De term zegt niet hoeveel vlees het bevat of hoe hoogwaardig de grondstoffen zijn.
Allergenen
Stoffen waarop het afweersysteem een allergische reactie kan geven. Bij voedselallergie gaat het meestal om eiwitten. Een ingrediënt is niet voor ieder dier een allergeen; een individuele reactie bepaalt of het problemen geeft.
Allergie
Een reactie van het afweersysteem op een stof die het lichaam als bedreiging behandelt. Bij een voedselallergie kan voeding huid- of darmklachten veroorzaken. Dat verschilt van een intolerantie, waarbij niet dezelfde afweerreactie speelt.
Alvleesklier
Orgaan bij de maag en het begin van de dunne darm. Het maakt onder meer spijsverteringssappen voor de afbraak van eiwit, vet en zetmeel. Ook maakt het hormonen, waaronder insuline, die helpen het bloedsuikergehalte te regelen.
Aminozuren
De bouwstenen van eiwitten. Na vertering gebruikt het lichaam ze onder andere voor spieren, huid, organen en allerlei lichaamsstoffen. Sommige moet het dier voldoende via de voeding krijgen: de essentiële aminozuren.
Aminozuurprofiel
De verdeling van de verschillende aminozuren in een eiwitbron of voeding. Het totale eiwitpercentage vertelt niet of alle noodzakelijke bouwstenen in passende hoeveelheden beschikbaar zijn. Daarom kijk ik ook naar de herkomst en bruikbaarheid van eiwit.
Ammoniak
Stof die onder meer ontstaat bij de verwerking van aminozuren. Het lichaam moet die veilig verwerken. De lever zet ammoniak om in onder andere ureum, dat via de nieren wordt uitgescheiden.
AMY2B
De naam van een gen: een erfelijke instructie voor de aanmaak van amylase uit de alvleesklier. Veel honden hebben meer kopieën van dit gen dan wolven. Het aantal verschilt tussen honden en vertelt niet op zichzelf wat hun beste voeding is.
Amylase
Een enzym dat zetmeel in kleinere stukken helpt afbreken. Bij honden en katten komt belangrijk zetmeelafbrekend amylase uit de alvleesklier. Dat een dier zetmeel kan verteren, bepaalt binnen mijn visie niet welke voeding biologisch het beste past.
Analytische bestanddelen
De op het etiket vermelde voedingsanalyse, zoals ruw eiwit, ruw vet, ruwe as en ruwe celstof, en waar vermeld vocht. Dit zijn andere gegevens dan de ingrediëntenlijst. De cijfers laten niet zien uit welke grondstoffen alle voedingsstoffen afkomstig zijn.
Analytische constituenten
Een andere naam voor analytische bestanddelen. Het gaat om gemeten of gedeclareerde gehalten van bepaalde voedingscomponenten, niet om de lijst van gebruikte ingrediënten.
Anatomie
De bouw van het lichaam: welke onderdelen en organen aanwezig zijn, waar ze liggen en hoe ze met elkaar verbonden zijn. Bij Hond & Katwaardig vormt die natuurlijke bouw een belangrijk uitgangspunt voor het beoordelen van voeding.
Antibiotica
Geneesmiddelen tegen bepaalde bacteriële infecties. Ze werken niet tegen alle ziekteverwekkers en kunnen ook invloed hebben op darmbacteriën. Het gebruik en de keuze horen bij de dierenarts.
Antioxidanten
Stoffen die oxidatie helpen afremmen. In voer kunnen zij bijvoorbeeld voorkomen dat vet snel ranzig wordt. Voorbeelden zijn tocoferolen. Dat doel verschilt van het tegengaan van bacterie- of schimmelgroei met andere conserveermiddelen.
Antioxidanten en conserveermiddelen
Twee soorten hulpmiddelen voor houdbaarheid. Antioxidanten remmen bijvoorbeeld het ranzig worden van vet. Andere conserveermiddelen remmen onder meer de groei van bacteriën of schimmels. Het zijn verwante functies, maar geen identieke begrippen.
Arachidonzuur (ARA)
Een omega 6-vetzuur, afgekort ARA of AA. Het is onder meer onderdeel van celmembranen en nodig voor de vorming van signaalstoffen. Katten moeten voldoende rechtstreeks via de voeding krijgen, omdat hun eigen omzetting uit andere vetzuren onvoldoende is.
Arginine
Een essentieel aminozuur dat onder andere helpt bij de veilige verwerking van stikstofafval. Voor katten is een betrouwbare aanvoer bijzonder belangrijk. Dierlijke eiwitbronnen leveren arginine; het volledige recept bepaalt de uiteindelijke voorziening.
As (ruwe as)
Het minerale restant dat overblijft na volledige verbranding van een voermonster in een laboratorium. Het is een analysecijfer voor de totale mineralenfractie. Er is dus geen openhaardas aan het voer toegevoegd.
As fed
Engels voor zoals gevoerd: voedingswaarden inclusief het aanwezige vocht. Daardoor kun je het eiwitpercentage van vochtrijke KVV niet rechtstreeks vergelijken met dat van droge brokken. Voor een vergelijking zonder invloed van water gebruik je droge stof.
Astma
Een aandoening waarbij ontstoken en vernauwde luchtwegen de ademhaling bemoeilijken. De term komt vooral bij katten voor. Het is een medische diagnose; het woord beschrijft geen voedingsbehoefte of geschikte snack op zichzelf.
B
BARF
Bones And Raw Food of Biologically Appropriate Raw Food. Een manier van rauw voeren waarbij je zelf maaltijden samenstelt, vaak uit vlees, organen en geschikte botdelen. De totale voedingsstoffenvoorziening moet kloppen. Groenten zijn binnen mijn voedingsvisie geen verplicht onderdeel.
BCS
Body Condition Score: een beoordeling van de lichaamsconditie, vooral de vetbedekking. Je kijkt en voelt onder meer naar ribben, taille en buiklijn. Gewicht alleen laat niet zien of een hond of kat te mager, passend of te zwaar is.
Bèta-caroteen
Een plantaardige kleurstof die sommige dieren kunnen omzetten in vitamine A. Bij katten is die omzetting onvoldoende als basis voor hun vitamine A-voorziening. Zij hebben rechtstreeks bruikbare vitamine A in hun voeding nodig.
Bijproducten
Onderdelen die naast het hoofdproduct van verwerking overblijven. Dierlijke bijproducten kunnen waardevolle organen omvatten; de verzamelnaam vertelt niet precies welke delen zijn gebruikt. Daarom hecht ik aan duidelijk benoemde diersoorten en onderdelen.
Bindmiddelen
Stoffen die ingrediënten bijeenhouden, vocht binden of het voer stevigheid geven. Voorbeelden zijn agar en verschillende gommen. Ze beschrijven de structuur van een product, niet het dierlijke aandeel of de voedingskundige volledigheid.
Bindweefsel
Steun- en verbindingsweefsel in het lichaam, bijvoorbeeld in huiden en pezen. Het bevat veel collageen. De eiwitsamenstelling verschilt van spiervlees; een hoog eiwitpercentage uit bindweefsel betekent daarom niet dezelfde voedingswaarde als eenzelfde percentage uit spiervlees.
Biofilm
Een laagje micro-organismen dat aan een oppervlak vastzit, omgeven door materiaal dat zij zelf vormen. Tandplak is een bekend voorbeeld. Zo’n laag is iets anders dan losse voedselrestjes op een tand.
Biologisch
Op een voedingsetiket een aanduiding die verband houdt met biologische productie. Dit is iets anders dan biologisch passend: aansluiten bij de natuurlijke bouw en behoeften van een dier. Een biologisch geproduceerd ingrediënt bepaalt niet op zichzelf of het totale voer passend is.
Biologisch passend
Voeding die aansluit bij de natuurlijke oorsprong, bouw en voedingsbehoeften van het dier. Binnen mijn professionele visie gaat het om hoogwaardige dierlijke ingrediënten en een zorgvuldig samengesteld totaal. Technisch verteerbaar maken is voor mij geen bewijs van betere biologische passendheid.
Biologische beschikbaarheid
De mate waarin een voedingsstof na opname daadwerkelijk beschikbaar komt voor gebruik in het lichaam. De hoeveelheid op het etiket is niet hetzelfde als de hoeveelheid die het dier uiteindelijk kan benutten.
Biologische waarde
Een maat voor de benutting van opgenomen eiwit voor lichaamseiwitten. De verhouding tussen aminozuren speelt daarbij een rol. Het is een ander begrip dan het totale eiwitpercentage of de verteerbaarheid van een voeding.
Blaasgruis
Een gebruikelijke naam voor kristallen in de urine. Er bestaan verschillende soorten, zoals struviet en calciumoxalaat. Het type en de medische situatie bepalen de aanpak; de naam alleen geeft geen passend voedingsadvies.
Bloedsuiker
De hoeveelheid glucose in het bloed. Glucose is een brandstof voor het lichaam. Hormonen zoals insuline helpen het gehalte regelen. Een dier kan glucose nodig hebben zonder dat zetmeel de basis van zijn voeding moet zijn.
Botpercentage
Het aandeel bot in een recept. Bot levert onder andere calcium en fosfor. Het botpercentage is niet hetzelfde als een gemeten calciumgehalte en bewijst op zichzelf niet dat een maaltijd volledig in balans is.
Bouillon
Vocht waarin vlees of botten zijn getrokken of gekookt. De samenstelling verschilt sterk. Bouillon op een etiket is niet hetzelfde als eenzelfde gewicht aan spiervlees; zout en andere toegevoegde ingrediënten tellen mee bij de beoordeling.
Bovenvacht
De buitenste laag haren, ook dekharen genoemd. Die helpt de huid beschermen en water afvoeren. De dichtheid en structuur verschillen per vachttype. De ondervacht heeft vooral een isolerende rol.
BPA
Bisfenol A: een stof die gebruikt is in bepaalde kunststoffen en coatings, onder meer van verpakkingen. BPA-vrij gaat over het ontbreken van deze stof volgens de betreffende claim, niet over het vleesgehalte of de volledigheid van de inhoud.
Brok, geperst
Droogvoer waarvan de gemengde ingrediënten tot compacte brokken worden geperst. De temperatuur en voorbewerking verschillen per productieproces. De productienaam alleen bepaalt niet de verteersnelheid of de voedingskwaliteit.
Brok, krokant
Doorgaans geëxtrudeerde brok: ingrediënten worden met vocht, warmte en druk verwerkt, waarna de brok wordt gevormd en gedroogd. Hij breekt bij kauwen. Die brosheid is iets anders dan langdurige reinigende wrijving langs de tandvleesrand.
Brokvoeding
Droge voeding in brokvorm. Er bestaan verschillende productiemethoden en grote verschillen in grondstoffen. Ik beoordeel vleesrijke brokken als alternatief voor mijn eerste voorkeur, hoogwaardige en zorgvuldig samengestelde KVV.
Bronchitis
Ontsteking van de vertakkingen van de luchtpijp. Die kan onder andere hoesten veroorzaken. Chronisch betekent langdurig. De diagnose en behandeling horen bij de dierenarts; de term is geen aanduiding van één specifieke oorzaak.
C
Calcium (Ca)
Een mineraal dat nodig is voor onder meer botten, tanden, spierwerking en zenuwsignalen. Bot is een dierlijke calciumbron. Bij het beoordelen van een menu tellen de hoeveelheid calcium én de verhouding tot fosfor.
Calcium-fosforverhouding (Ca:P)
De hoeveelheid calcium gedeeld door de hoeveelheid fosfor, berekend op dezelfde basis. Een verhouding van 1,2:1 betekent 1,2 deel calcium tegenover 1 deel fosfor. Een passende verhouding bewijst niet dat de absolute hoeveelheden voldoende zijn.
Calciumoxalaat
Een verbinding van calcium en oxalaat die urinekristallen of stenen kan vormen. Dit is een ander type dan struviet. Daarom mag advies over het ene type niet zomaar worden toegepast op het andere.
Calorieën
Een maat voor energie. In voedingsadviezen worden meestal kilocalorieën bedoeld, afgekort kcal. De hoeveelheid energie per gram verschilt sterk tussen bijvoorbeeld droge snacks en vochtrijke KVV. Vergelijk daarom zowel de portie als de energiedichtheid.
Carnivoor
Een vleeseter: een dier met natuurlijke kenmerken voor het benutten van dierlijk voedsel. De term gaat verder dan een smaakvoorkeur. Mijn voedingsbeoordeling vertrekt vanuit die natuurlijke bouw en oorsprong; bij katten is de specialisatie bijzonder sterk.
Carrageen
Een verdikkings- en geleermiddel uit roodwieren, op etiketten ook carrageenan genoemd. Het wordt gebruikt voor de structuur van natvoer. Binnen mijn voedingsvisie geef ik de voorkeur aan zo min mogelijk onnodige bindmiddelen.
Cassia-gom
Een plantaardig verdikkingsmiddel uit de zaden van cassiaplanten, ook cassia gum genoemd. Het helpt bijvoorbeeld gelei of saus steviger maken. Het is geen dierlijk ingrediënt.
Cellulose
Een stevige vezel uit plantencelwanden. Honden en katten kunnen haar niet met hun eigen spijsverteringsenzymen tot glucose afbreken. De rol in de darm verschilt van die van zetmeel. Cellulose is dus geen andere naam voor verteerbare suiker.
Chlorhexidine
Een stof die de groei van bacteriën remt of bacteriën doodt. Zij wordt onder meer in mondverzorgingsproducten gebruikt. De aanwezigheid zegt niets over het vleesgehalte; toepassing in een medisch product volgt de gebruiksaanwijzing.
Chronisch
Langdurig aanwezig of terugkerend over een langere periode. Het woord zegt iets over het verloop, niet over de precieze oorzaak. Een chronische aandoening is dus niet hetzelfde als een tijdelijke klacht.
Citroenzuur
Een zuur dat onder andere kan worden gebruikt om de zuurgraad van een product te beïnvloeden. De functie hangt af van het recept en de toepassing. De naam betekent niet dat het voer citroenvlees bevat.
CKD
Chronic Kidney Disease: chronische nierziekte. Hierbij is de nierfunctie of nierstructuur langdurig afwijkend. De ernst verschilt per dier. Deze afkorting is een medische term en geeft op zichzelf geen individueel voedingsschema.
Collageen
Een structureel eiwit dat veel voorkomt in bindweefsel, zoals huid, pezen en kraakbeen. Het geeft stevigheid. Collageen heeft een andere verdeling van aminozuren dan spiervlees en is geen gelijkwaardige vervanging voor alle eiwitbronnen.
Compleet voer
De gebruikelijke benaming voor volledig diervoeder. Het moet als dagrantsoen de benodigde voedingsstoffen leveren voor de aangegeven doelgroep en levensfase. Compleetheid en kwaliteit van de dierlijke grondstoffen zijn verschillende onderdelen van mijn beoordeling.
Conserveermiddel
Een toegevoegde stof die bederf helpt tegengaan, bijvoorbeeld door de groei van ongewenste bacteriën of schimmels te remmen. Conserveren kan ook met processen zoals koelen, drogen of verhitten; dat zijn geen toegevoegde conserveermiddelen.
Cysten
In de context van Giardia: een beschermde vorm van de parasiet die via ontlasting kan worden uitgescheiden en besmetting kan overdragen. Hetzelfde woord kan in een andere medische context een met vocht gevulde holte betekenen.
D
Darmflora
De gebruikelijke naam voor de micro-organismen in de darm, vooral bacteriën. Darmmicrobiota is een nauwkeuriger naam. De samenstelling hangt onder andere samen met voeding, leeftijd en gezondheid. Een ontlastingsonderzoek beschrijft niet rechtstreeks alle processen in de hele darm.
Darmmicrobiota
De gemeenschap van bacteriën en andere micro-organismen in de darm. Sommige helpen achtergebleven voedingsmateriaal verwerken. Andere kunnen onder bepaalde omstandigheden problemen geven. Het gaat om een samenwerkende gemeenschap, niet om één universele verhouding tussen goede en slechte bacteriën.
Darmperistaltiek
Golvende bewegingen van de darmspieren die de inhoud mengen en verder verplaatsen. Het is onderdeel van een normaal werkende spijsvertering. De bewegingen zijn niet hetzelfde als de chemische afbraak door enzymen.
Darmwand
De wand van de darm die voedingsstoffen opneemt en tegelijk een beschermende grens vormt tussen darminhoud en lichaam. Het oppervlak van de dunne darm heeft plooien en kleine uitsteeksels om opname mogelijk te maken.
DCM
Dilated Cardiomyopathy, in het Nederlands gedilateerde cardiomyopathie. Een hartspierziekte waarbij de hartkamers verwijden en de pompkracht afneemt. De afkorting beschrijft een aandoening, geen bewijs dat één ingrediënt of voedingsvorm de oorzaak is.
DE
Digestible Energy: verteerbare energie. Dit is de energie in de voeding na aftrek van de energie die met de ontlasting verloren gaat. Het is een andere maat dan ME, waarbij ook andere verliezen worden afgetrokken.
Dehydratie
Uitdroging: het lichaam verliest meer vocht dan het opneemt of beschikt over te weinig vocht. Dit is iets anders dan alleen weinig uit een drinkbak drinken; vocht uit de maaltijd telt ook mee.
Delmopinol HCl
Delmopinolhydrochloride, een stof in bepaalde mondverzorgingsproducten die de vorming en aanhechting van tandplak helpt beperken. HCl staat hier voor de hydrochloridevorm. Het effect van zo’n hulpstof is iets anders dan natuurlijke kauwwrijving.
Dental
Engels voor iets dat met tanden of gebitsverzorging te maken heeft. Dental sticks zijn gebitsverzorgende kauwproducten. De naam vertelt niet welke werkzame stoffen zijn gebruikt of hoe vleesrijk een product is.
DHA
Docosahexaeenzuur, een lang omega 3-vetzuur dat onder meer van belang is voor hersenen en ogen. Het komt voor in vis en bepaalde algenoliën. Algen zijn geen dieren; DHA uit algen is dus geen dierlijk ingrediënt.
Diabetes
In deze context suikerziekte: een aandoening waarbij de regeling van het bloedsuikergehalte verstoord is door onvoldoende insulinewerking. Voeding is onderdeel van medische begeleiding; de term alleen bepaalt niet welk dieet passend is.
Dieetvoeding
Voeding die voor een bijzonder voedingsdoel is samengesteld, bijvoorbeeld ondersteuning bij een bepaalde aandoening. Het woord dieet betekent hier niet alleen afvallen. Bij medische problemen beoordeelt de dierenarts welke aanpassing nodig is.
Dierlijk aandeel
Het percentage ingrediënten van dierlijke oorsprong in een recept, op de opgegeven rekenbasis. Dit is iets anders dan het aandeel dierlijk eiwit. Een bekend vleespercentage kun je niet uit het totale eiwitgehalte afleiden.
Dierlijk eiwit
Eiwit uit dierlijke grondstoffen, bijvoorbeeld spiervlees, vis, organen en ei. De bruikbaarheid hangt af van het onderdeel, aminozuurprofiel en de verwerking. Daarom beoordeel ik naast het percentage ook de kwaliteit en herkomst.
Dikke darm
Het darmdeel na de dunne darm. Het helpt water en zouten opnemen en ontlasting vormen. Darmbacteriën verwerken er een deel van het achtergebleven materiaal. Het is geen grote fermentatiekamer zoals die bij gespecialiseerde planteneters voorkomt.
DM
Dry Matter, de Engelse afkorting voor droge stof. DM-basis en DS-basis betekenen beide dat het vocht voor de vergelijking buiten beschouwing is gelaten. Controleer bij het vergelijken altijd of dezelfde basis is gebruikt.
DNA
Desoxyribonucleïnezuur: het materiaal waarin erfelijke informatie is opgeslagen. Genen zijn stukjes van die informatie. DNA-onderzoek kan bijvoorbeeld verwantschap of erfelijke aanpassingen beschrijven, maar bepaalt niet zelfstandig wat de beste dagelijkse voeding is.
Domesticatie
Het langdurige proces waarbij dieren over generaties heen aangepast raken aan het samenleven met mensen. Daardoor kunnen uiterlijk, gedrag en erfelijke eigenschappen veranderen. Het is iets anders dan één wild dier tam maken.
Dragende botten
Botten die in het levende dier veel lichaamsgewicht dragen, zoals delen van de poten. Vooral van grotere dieren kunnen ze zeer hard zijn. Als kauwmateriaal kunnen ze tanden beschadigen; harder betekent niet beter reinigen.
Droge stof (DS)
Alles wat van een voeding overblijft wanneer het water buiten beschouwing wordt gelaten. Droge stof bestaat onder meer uit eiwit, vet, mineralen en koolhydraten. Deze basis helpt voedingen met verschillende vochtgehalten vergelijken.
Droge-stofbasis
Een berekening waarbij een voedingswaarde wordt uitgedrukt als percentage van het voer zonder water. Formule: voedingsstofpercentage ÷ (100 − vochtpercentage) × 100. Bijvoorbeeld 10% eiwit bij 75% vocht is 40% eiwit op droge-stofbasis.
Droogvoeding
Voeding met weinig vocht, zoals brokken en bepaalde gedroogde voedingen. Niet ieder droog product is een geëxtrudeerde brok. De droogte zegt op zichzelf niets over het dierlijke aandeel of de volledigheid.
DS
Afkorting van droge stof: het gedeelte van de voeding zonder water. DS% geeft een waarde op die basis aan. In Engelstalige informatie wordt hiervoor vaak DM gebruikt.
Dunne darm
Het darmdeel na de maag waar het grootste deel van de vertering en opname van voedingsstoffen plaatsvindt. Sappen uit de alvleesklier, gal en enzymen aan de darmwand werken daarbij samen.
Dysbiose
Een verstoring in de samenstelling of werking van een microbiële gemeenschap, meestal bedoeld voor de darm. Het woord beschrijft een verandering, maar bewijst niet welke oorzaak daarbij hoort of dat één supplement de oplossing is.
E
E-nummers
Aanduidingen voor bepaalde toevoegingsstoffen, bijvoorbeeld E412 voor guargom. Het nummer identificeert de stof; het is geen zelfstandige kwaliteitsbeoordeling. Bij diervoeding kunnen daarnaast andere identificatiecodes voor toevoegingsmiddelen worden gebruikt.
EAA’s
Essential Amino Acids: essentiële aminozuren. Dit zijn eiwitbouwstenen die een dier niet voldoende zelf kan maken en daarom via voeding moet krijgen. Welke bouwstenen nodig zijn en hoeveel, hangt onder andere af van de diersoort en levensfase.
Eiwitkwaliteit
De geschiktheid van eiwit om de benodigde aminozuren te leveren in een vorm die het lichaam kan benutten. Herkomst, verdeling van aminozuren, verteerbaarheid en verwerking spelen mee. Een hoog ruw-eiwitpercentage is geen volledige kwaliteitsbeoordeling.
Eiwitten
Voedingsstoffen opgebouwd uit aminozuren. Het lichaam gebruikt ze voor weefsels, enzymen en andere belangrijke stoffen, en ook voor energie. Bij mijn beoordeling wegen de kwaliteit en dierlijke herkomst zwaar, naast de hoeveelheid.
Eliminatiedieet
Een zorgvuldig afgebakend voedingsschema om te onderzoeken of klachten met voeding samenhangen. Alleen de afgesproken voeding en toegestane extra’s worden gegeven. De dierlijke eiwitbron of eiwitbewerking wordt bewust gekozen; diagnose en uitvoering vragen passende begeleiding.
Emulgator
Een stof die helpt vet en water verdeeld te houden in een mengsel. Daardoor krijgt een product een stabiele structuur. De functie is anders dan die van een voedingsstof die bedoeld is als bouwstof of energiebron.
Endeldarm
Het laatste deel van de dikke darm, waar ontlasting tijdelijk wordt bewaard voordat die via de anus het lichaam verlaat. Spieren en zenuwen helpen het ophouden en uitscheiden regelen.
Energie: ME, GE en DE
Drie verschillende energiematen. GE is de totale verbrandingsenergie, DE trekt het verlies met ontlasting daarvan af, en ME houdt ook rekening met verliezen via urine en gassen. Gebruik dezelfde maat en eenheid bij een vergelijking.
Energiebehoefte
De hoeveelheid energie die een dier nodig heeft voor onder meer lichaamsfuncties, beweging en eventueel groei of voortplanting. Gewicht alleen bepaalt die behoefte niet. Lichaamsconditie en werkelijk gegeten porties helpen het voedingsadvies bijstellen.
Energiedichtheid
De hoeveelheid energie per gewichtseenheid voer, bijvoorbeeld kcal per 100 gram. Een gedroogde snack kan per gram veel meer energie leveren dan KVV. Daarom is calorieën verrekenen iets anders dan gelijke grammen aftrekken.
Enzymen
Stoffen die bepaalde chemische stappen in het lichaam versnellen. Spijsverteringsenzymen helpen voedsel afbreken tot kleinere bestanddelen. Ze hebben verschillende taken: amylase werkt op zetmeel, lipase op vet en proteasen op eiwitten.
EPA
Eicosapentaeenzuur, een lang omega 3-vetzuur uit onder meer vis en bepaalde algen. Het speelt een rol in de vorming van stoffen die lichaamsreacties, waaronder ontstekingsprocessen, helpen regelen. EPA is een andere stof dan ALA en DHA.
Essentieel
Bij voedingsstoffen: het lichaam kan een noodzakelijke stof niet, of niet voldoende, zelf maken. De voeding moet die daarom leveren. Het woord betekent niet dat een grotere hoeveelheid altijd beter is.
Etikettering
De informatie op of bij een product, zoals samenstelling, analytische bestanddelen, toevoegingen en gebruiksadvies. Deze onderdelen vertellen verschillende dingen. Samen lezen geeft meer inzicht dan één los percentage of een claim op de voorkant.
Evolutie
Verandering van erfelijke kenmerken van populaties over opeenvolgende generaties. Het begrip helpt de oorsprong en natuurlijke eigenschappen van honden en katten begrijpen. Het gaat niet om een individuele aanpassing die een dier tijdens één leven aanleert.
Extrusie
Een productieproces waarbij een mengsel met vocht, warmte en druk wordt verwerkt en door een vormopening wordt geperst. Bij brokken volgen vorming en droging. Het proces maakt onder meer zetmeel toegankelijker voor vertering; de receptuur blijft bepalend voor de samenstelling.
F
Facultatieve carnivoor
Een term voor een vleeseter met meer ruimte om andere voedselbronnen te benutten dan een strikt gespecialiseerde vleeseter. Op deze website gebruik ik die bij de hond. Dat benuttingsvermogen maakt plantaardige ingrediënten binnen mijn visie geen noodzakelijke basis.
FAQ
Frequently Asked Questions: veelgestelde vragen. Een FAQ-pagina bundelt vragen met korte antwoorden. Voor uitleg van een afzonderlijk woord gebruik je de begrippenlijst.
FDA
Food and Drug Administration. Amerikaanse overheidsinstantie die onder meer toezicht houdt op de veiligheid van diervoeding in de Verenigde Staten. Een FDA-onderzoek naar een onderwerp is niet hetzelfde als een goedkeuring van ieder betrokken product.
FEDIAF
Fédération Européenne de l’Industrie des Aliments pour Animaux Familiers, bekend als European Pet Food Industry Federation. De Europese brancheorganisatie voor huisdiervoeding publiceert voedingsrichtlijnen. Die zijn geen kwaliteitskeurmerk voor afzonderlijke producten en bepalen mijn voedingsvisie niet.
Fermentatie
De afbraak of omzetting van stoffen door micro-organismen, zoals bacteriën of gisten. In de darm kunnen daarbij onder andere korte vetzuren en gassen ontstaan. De werking hangt af van het materiaal en de betrokken micro-organismen.
Formules & Tools
De hulpmiddelen op Hond & Katwaardig om onder andere NFE, droge stof en de calcium-fosforverhouding te berekenen. Ze helpen etiketgegevens begrijpen. Een berekening kan ontbrekende productinformatie of een volledige voedingskundige beoordeling niet vervangen.
FOS
Fructo-oligosachariden. Korte ketens van suikereenheden die door bepaalde darmbacteriën kunnen worden benut. Ze worden als prebiotisch ingrediënt gebruikt. De lange naam beschrijft de stof; het effect hangt onder meer af van hoeveelheid en toepassing.
Fosfor (P)
Een mineraal dat onder meer nodig is voor botten, tanden en energieprocessen in cellen. Het komt in dierlijke weefsels en bot voor. Zowel het totale gehalte als de verhouding tot calcium zijn belangrijk voor de beoordeling van een menu.
Fysiologie
De werking van het lichaam: hoe organen, cellen en processen hun taken uitvoeren. Anatomie gaat over de bouw; fysiologie over de werking. Beide helpen begrijpen wat een hond of kat met voeding doet.
G
g / mg / µg
Eenheden voor gewicht: gram, milligram en microgram. 1 gram is 1.000 milligram; 1 milligram is 1.000 microgram. Op etiketten staan voedingsstoffen bijvoorbeeld in mg per kilogram voer. Controleer zowel de eenheid als de hoeveelheid voer waarop zij betrekking heeft.
Gal
Een vloeistof die door de lever wordt gemaakt en helpt bij het verwerken en opnemen van vet. Gal is zelf geen vetafbrekend enzym. Zij werkt samen met enzymen en de darmwand.
Galblaas
Een klein opslagorgaan voor gal bij de lever. Gal kan van daaruit naar de dunne darm worden afgegeven. De galblaas maakt de gal niet zelf; dat doet de lever.
GE
Gross Energy: bruto-energie. De totale energie die bij volledige verbranding van een voermonster wordt gemeten. Een dier kan daarvan niet alles benutten. Daarom is GE niet hetzelfde als de praktisch beschikbare energie, ME.
Gecheleerde mineralen
Mineralen die aan een andere stof zijn gebonden, bijvoorbeeld een aminozuur. Deze binding wordt gebruikt om eigenschappen zoals opname te beïnvloeden. Het daadwerkelijke effect verschilt per mineraal en verbinding; de naam alleen bewijst geen betere opname.
Gehydrolyseerde eiwitten
Eiwitten die in kleinere delen zijn gesplitst. In bepaalde dieetvoedingen gebeurt dit om herkenning door het afweersysteem te beperken. De mate van splitsing en het eindproduct doen ertoe. Gehydrolyseerd betekent niet hetzelfde als onbewerkt vlees.
Gelatinisatie
Het verstijfselen van zetmeel onder invloed van water en warmte. De structuur verandert waardoor enzymen het doorgaans beter kunnen bereiken. Binnen mijn visie maakt die grotere verteerbaarheid een grondstof niet biologisch beter passend.
Gen
Een stukje erfelijke informatie met instructies voor een bepaalde functie, bijvoorbeeld het maken van een enzym. AMY2B is een voorbeeld. Eigenschappen ontstaan vaak door meerdere genen én omstandigheden samen.
Giardia
Een microscopisch kleine darmparasiet die bij honden en katten onder andere diarree kan veroorzaken. Besmetting kan via cysten uit ontlasting verlopen. Niet iedere besmetting geeft dezelfde klachten; vaststelling en behandeling horen bij de dierenarts.
Gluconeogenese
De aanmaak van glucose uit andere bouwstoffen dan koolhydraten, zoals bepaalde aminozuren en glycerol. Dit is een normaal lichaamsproces. Het helpt verklaren hoe vleeseters ook zonder een zetmeelrijke voedingsbasis glucose beschikbaar krijgen.
Glucose
Een eenvoudige suiker die het lichaam als brandstof gebruikt. Glucose kan uit verteerbare koolhydraten komen, maar het lichaam kan haar ook zelf vormen uit andere geschikte bouwstoffen. Glucose nodig hebben is dus niet hetzelfde als zetmeelrijk voer nodig hebben.
Gluten
Een groep eiwitten in bepaalde granen, zoals tarwe, rogge en gerst. Glutenvrij en graanvrij betekenen niet hetzelfde. Rijst is bijvoorbeeld wel een graan maar bevat niet deze gluten.
Glycemische index
Een maat voor de bloedsuikerreactie op een gestandaardiseerde hoeveelheid beschikbare koolhydraten. Deze maat is niet hetzelfde als de reactie op een volledige maaltijd bij een individuele hond of kat. Ook hoeveelheid, samenstelling en bereiding spelen mee.
Glycemische lading
Een berekening die naast de glycemische index ook de hoeveelheid beschikbare koolhydraten in een portie betrekt. Zij beschrijft een ander aspect dan alleen de snelheid van een bloedsuikerstijging.
Glycerine
Een vochtvasthoudende stof die snacks zachter of soepeler kan houden. Ook glycerol genoemd. Binnen mijn definitie van natuurlijke snacks gaat de voorkeur uit naar herkenbare dierlijke onderdelen zonder zulke onnodige toevoegingen.
Graanvrij
Zonder granen. De voeding kan nog steeds zetmeel uit bijvoorbeeld aardappel, tapioca of erwten bevatten. Ik kijk daarom naar het totale recept en geschatte koolhydraatgehalte, niet alleen naar het woord graanvrij.
Granen
Zaden van graangewassen, zoals tarwe, rijst, maïs en gerst. Ze leveren onder andere zetmeel en plantaardig eiwit. Binnen mijn voedingsvisie vormen ze geen gewenste basis voor gezonde honden en katten.
Growth
Engels voor groei. Op een voedingsetiket verwijst het naar geschiktheid voor de groei van een pup of kitten. Een passende samenstelling en hoeveelheid zijn belangrijk; de term schrijft geen verplichte aparte puppy- of kitteningrediënten voor.
Guargom
Een plantaardig verdikkingsmiddel uit guarbonen. Het wordt gebruikt om vocht en structuur in een product te beïnvloeden. Het is geen dierlijk bestanddeel en geen vervanging voor hoogwaardige vleesingrediënten.
Gums
Engelse verzamelnaam voor gommen die bijvoorbeeld als verdikker of stabilisator worden gebruikt. Voorbeelden zijn guargom, xanthaangom en cassia-gom. Ze hebben verschillende eigenschappen; de naam zegt niet welk middel aanwezig is.
H
Haarbal
Een samenklontering van haren in het maag-darmkanaal, vooral bekend bij katten. Tijdens wassen slikken katten haren in; veel verlaten het lichaam via de ontlasting. De term beschrijft het materiaal, niet automatisch de oorzaak van braken.
HCl
De chemische formule voor waterstofchloride; opgelost in water heet dit zoutzuur. In een stofnaam zoals delmopinol HCl duidt het de hydrochloridevorm aan. De context bepaalt dus wat de afkorting op een etiket betekent.
Herbivoor
Een planteneter. Zulke dieren hebben natuurlijke aanpassingen om plantaardig voedsel te benutten, bijvoorbeeld een sterk ontwikkeld systeem voor vezelverwerking. Dat systeem verschilt van de spijsvertering van honden en katten.
High protein
Engels voor eiwitrijk. De claim beschrijft een hoog eiwitgehalte, maar vertelt niet uit welke dierlijke of plantaardige bronnen het eiwit komt. Daarom kijk ik verder dan het getal op de verpakking.
Huidbarrière
De beschermende werking van de buitenste huidlagen en hun vetten. Die helpen vocht vasthouden en invloeden van buitenaf beperken. Binnen mijn verzorgingsvisie verdient die natuurlijke bescherming respect, zonder routinematig wassen of onnodige hitte na een regenwandeling.
Human-grade
Een claim die verwijst naar geschiktheid voor menselijke consumptie, bijvoorbeeld van grondstoffen. De precieze betekenis hangt af van de claim en de toepasselijke regels. Zij vertelt op zichzelf niet of het eindproduct volledig en passend is voor een hond of kat.
Hydratatie
De vochtvoorziening van het lichaam. Water uit de maaltijd telt daarbij mee, naast wat het dier drinkt. Vooral bij katten is dat belangrijk bij het vergelijken van droge voeding en vochtrijke maaltijden.
Hydrolyse
Het splitsen van stoffen in kleinere delen met behulp van water. Bij gehydrolyseerd eiwit worden eiwitketens opgebroken. De term beschrijft een bewerking, geen apart dierlijk ingrediënt.
Hypoallergeen
Bedoeld om de kans op een allergische reactie te verkleinen. Het betekent niet vrij van alle allergenen en is geen garantie dat ieder dier het verdraagt. De gekozen eiwitbron, bewerking en gevoeligheid van het individuele dier zijn belangrijk.
I
IE / IU
Internationale Eenheid / International Unit. Een maat voor biologische activiteit, onder andere gebruikt bij bepaalde vitaminen. Het aantal milligrammen per IE verschilt per stof; IE kun je dus niet zonder meer als milligram lezen.
Immuunsysteem
Het afweersysteem: cellen, weefsels en processen die het lichaam beschermen en op bedreigingen reageren. Het speelt ook een rol bij allergieën en ontstekingen. Voeding levert benodigde bouwstoffen, maar de term is geen garantie voor een effect van een product.
Ingrediënten
De grondstoffen waaruit voer wordt gemaakt, zoals kippenvlees, rundhart of rijst. Een ingrediënt levert verschillende voedingsstoffen. De ingrediëntenlijst is daarom iets anders dan de analyse van eiwit, vet en mineralen.
Insuline
Een hormoon uit de alvleesklier dat onder meer helpt glucose vanuit het bloed in cellen te laten opnemen en opslaan. Het speelt een belangrijke rol bij de regeling van bloedsuiker.
Intolerantie
Een ongewenste reactie op voeding waarbij niet dezelfde afweerreactie optreedt als bij een allergie. Een voorbeeld is moeite met de verwerking van een bepaalde stof. Alleen op basis van jeuk of diarree kun je het onderscheid niet vaststellen.
Inuline
Een plantaardige vezel die onder andere uit cichorei wordt gewonnen. Bepaalde darmbacteriën kunnen haar benutten; daarom wordt inuline als prebiotisch ingrediënt toegepast. Het is geen dierlijke voedingsstof.
J
Jodium (I)
Een spoorelement dat nodig is voor de aanmaak van schildklierhormonen. De hoeveelheid in het totaalmenu telt. Ongemeten extra bronnen toevoegen kan de voorziening verstoren, ook wanneer een ingrediënt als natuurlijk wordt aangeboden.
Johannesbroodpitmeel
Een verdikkingsmiddel uit de zaden van de johannesbroodboom. Op Engelstalige etiketten heet het locust bean gum. Het beïnvloedt de structuur van voer en telt niet als dierlijk ingrediënt.
K
Kalium (K)
Een mineraal dat onder meer nodig is voor zenuwen, spieren en de vochtverdeling rond cellen. Het chemische symbool is K. Een kaliumgehalte is iets anders dan het totale zout- of natriumgehalte.
kcal
Kilocalorie: een veelgebruikte eenheid voor energie in voeding. 1 kcal is 1.000 kleine calorieën. In dagelijks taalgebruik bedoelt men met calorieën meestal kcal. Let bij vergelijken op kcal per 100 gram of per kilogram.
Keratine
Keratine is een stevig lichaamseiwit in onder andere haren, nagels en de buitenste huidlaag. Het heeft een andere structuur en verteerbaarheid dan eiwit uit spiervlees. Haren op een snack zijn dus niet gelijk aan eenzelfde gewicht vlees.
KH
Afkorting van koolhydraten. Op deze website wordt voor een berekende schatting ook NFE gebruikt. KH en NFE zijn niet volledig uitwisselbaar: NFE is een berekende restfractie en geen rechtstreekse laboratoriummeting van alle koolhydraten.
kJ
Kilojoule: een eenheid voor energie. 1 kcal is gelijk aan 4,184 kJ. Wanneer twee producten verschillende eenheden gebruiken, moet je eerst omrekenen voordat je hun energiewaarden vergelijkt.
Klinisch onderzoek
Onderzoek naar een effect bij levende dieren of mensen onder beschreven omstandigheden. Om een claim te beoordelen kijk je naar opzet, controlegroep, duur, deelnemers en wat er daadwerkelijk is gemeten. Eén uitkomst bewijst niet alle gezondheidsclaims van een product.
Knipkiezen
Kiezen die bij het sluiten van de bek langs elkaar bewegen en voedsel helpen doorsnijden, vergelijkbaar met een schaar. Die functie past bij het verwerken van dierlijk voedsel. Ze werken anders dan brede, platte maalkiezen bij gespecialiseerde planteneters.
Koolhydraten
Een groep stoffen waaronder suikers, zetmeel en vezels vallen. Niet alle koolhydraten worden hetzelfde verteerd. Mijn voorkeur voor gezonde honden en katten is een hoogwaardige dierlijke basis met zo min mogelijk onnodig zetmeel en plantaardige bestanddelen.
Koper (Cu)
Een spoorelement dat het lichaam in kleine hoeveelheden nodig heeft, bijvoorbeeld voor enzymwerking en bindweefsel. Lever kan koper leveren. Zowel een tekort als een overschot kan problemen geven; de totale voorziening telt.
Kophuid
De huid van de kop van een dier, meestal rund, die als kauwsnack wordt aangeboden. Een herkenbaar gedroogd stuk kophuid verschilt van geperste of sterk bewerkte rawhide. Ook bij kophuid tellen formaat, taaiheid en het kauwgedrag van het dier.
Korte-keten-vetzuren (SCFA)
Short-Chain Fatty Acids. Kleine vetzuren die onder andere door darmbacteriën worden gevormd bij fermentatie, zoals acetaat, propionaat en butyraat. Een deel wordt door het lichaam of darmcellen benut.
Kraakbeen
Stevig maar buigzaam steunweefsel, onder andere rond gewrichten en in luchtpijpen. Het is iets anders dan hard bot en levert niet dezelfde mineralenverhouding. De structuur kan per snack verschillen.
Krokant
Een beschrijving van een broze structuur. Bij brokken wordt dit meestal gebruikt voor geëxtrudeerde voeding. De structuur vertelt niet of de hele voeding dierlijk, volledig of biologisch passend is.
Kruisbesmetting
Het overbrengen van micro-organismen of andere ongewenste stoffen van het ene product of oppervlak naar het andere. Bij voedselallergie kan het ook gaan om onbedoeld contact met een andere eiwitbron tijdens productie of bereiding.
KVV
Kant-en-klaar vers vlees: doorgaans gemalen rauwe versvleesvoeding die diepgevroren wordt bewaard. De samenstelling verschilt per recept. Mijn eerste voorkeur is hoogwaardige, zorgvuldig samengestelde KVV. De naam KVV garandeert op zichzelf niet dat een variant volledig is.
L
Lactose
Melksuiker. Voor de afbraak is het enzym lactase nodig. De hoeveelheid die een dier verdraagt kan verschillen. Lactose is iets anders dan een melkeiwit; lactose-intolerantie is daarom niet hetzelfde als een allergie voor melkeiwit.
Levensfase
Een periode zoals groei, volwassen onderhoud of voortplanting. De behoefte aan energie en bepaalde voedingsstoffen verschilt per fase. Dat vraagt een passende totale samenstelling en hoeveelheid, niet per definitie geheel andere dierlijke grondstoffen.
Lever
Orgaan dat onder andere voedingsstoffen verwerkt, stoffen opslaat en gal maakt. Als voedingsingrediënt levert lever veel micronutriënten. Een passend aandeel kan waardevol zijn; onbeperkt extra lever toevoegen is geen manier om een menu volledig te maken.
Lichaamsconditie
De beoordeling van de lichaamsvorm en vetbedekking door kijken en voelen. Ribben, taille en buiklijn geven informatie die gewicht alleen niet biedt. Spiermassa verdient daarnaast een afzonderlijke beoordeling.
Lignocellulose
Plantaardig vezelmateriaal dat voornamelijk uit cellulose, andere celwandstoffen en lignine bestaat. Het wordt onder meer gebruikt voor structuur en beïnvloeding van ontlasting. Het is geen dierlijke grondstof en levert geen eiwitprofiel zoals spiervlees.
Lijnzaad
Zaad van de vlasplant, met onder andere vezels en het omega 3-vetzuur ALA. Het is geen gelijkwaardige bron van EPA en DHA. Vooral bij katten is de omzetting van ALA naar deze langere vetzuren zeer beperkt.
Lipase
Een vetafbrekend enzym. In de spijsvertering helpt lipase vetten omzetten in kleinere delen die vervolgens kunnen worden opgenomen. De alvleesklier levert een belangrijke bijdrage aan die vetvertering.
Luchtgedroogd
Gedroogd met lucht onder beheerste omstandigheden. Het vochtgehalte daalt, waardoor een product beter houdbaar wordt. Temperatuur, duur en eventuele eerdere verhitting verschillen; de naam alleen vertelt niet hoeveel voedingsstoffen behouden zijn.
Luchtpijp
De buis die lucht van de keel richting de longen voert, gesteund door kraakbeenringen. Gedroogde luchtpijp kan als dierlijke snack worden aangeboden. Formaat, structuur en het kauwgedrag bepalen of zij bij het individuele dier past.
Lysozym
Een enzym dat onderdelen van de celwand van bepaalde bacteriën kan afbreken. Het komt onder andere in natuurlijke lichaamsvloeistoffen voor en wordt ook in sommige producten toegepast. Het is geen algemene vervanging voor gebitscontrole.
M
Maagzuur
Het zure bestanddeel van het maagsap. Het helpt eiwitten toegankelijk maken voor enzymen en beperkt de overleving van veel micro-organismen. Het maakt voedsel niet steriel. De zuurgraad verandert onder meer door de aanwezigheid van een maaltijd.
Magnesium (Mg)
Een mineraal dat bijdraagt aan onder andere spierwerking, zenuwfunctie en veel enzymprocessen. Het is ook een bestanddeel van struviet. Dat betekent niet dat magnesium in voeding op zichzelf een probleem is; hoeveelheid en medische context doen ertoe.
Maillard-reactie
Een reactie tussen suikers en bepaalde delen van eiwitten, die bijvoorbeeld bij verhitting plaatsvindt. Hierbij ontstaan geur, kleur en verschillende reactieproducten. Sommige daarvan behoren tot de AGE’s. Productieomstandigheden bepalen hoe sterk de reactie optreedt.
Malassezia
Een groep gisten die onder meer op de huid van honden voorkomt. Overmatige groei kan samenhangen met huid- of oorproblemen. De aanwezigheid van gist alleen verklaart niet de achterliggende oorzaak van klachten.
MCS
Muscle Condition Score: beoordeling van de hoeveelheid en conditie van spieren. Dit verschilt van BCS, dat vooral over vetbedekking gaat. Een dier kan te zwaar zijn en tegelijk spiermassa verliezen.
ME
Metabolisable Energy: metaboliseerbare of omzetbare energie. De energie die na verliezen via ontlasting, urine en gassen beschikbaar blijft voor het lichaam. Op voedingsetiketten is dit een praktisch bruikbare energiemaat. Het is geen beoordeling van grondstofkwaliteit.
Mechanische reiniging
Reiniging door lichamelijke wrijving, bijvoorbeeld wanneer een passend kauwproduct langs delen van tanden schuurt. Het effect hangt af van product, contact en kauwgedrag. Het is iets anders dan de werking van een toegevoegde chemische hulpstof.
Meta-analyse
Een onderzoek waarin resultaten van meerdere studies met statistische methoden worden samengevoegd. De waarde hangt mede af van de kwaliteit en vergelijkbaarheid van die studies. Veel samengevoegde gegevens beantwoorden niet automatisch iedere voedingsvraag.
Metabolieten
Stoffen die ontstaan tijdens de stofwisseling van het lichaam of van micro-organismen. Darmbacteriën maken bijvoorbeeld verschillende afbraakproducten. De naam zegt niet of zo’n stof gunstig of ongunstig is.
Metabolisme
Een andere naam voor stofwisseling: alle processen waarmee het lichaam stoffen opbouwt, afbreekt en gebruikt. Het gaat dus niet alleen over de snelheid waarmee een dier calorieën verbruikt.
Micro-organismen
Heel kleine organismen die je gewoonlijk alleen met een microscoop kunt zien, zoals bacteriën en gisten. Ze komen voor in en om het lichaam en in voedsel. Sommige zijn nuttig, andere kunnen ziekte of bederf veroorzaken.
Microbioom
Een term voor de micro-organismen in een omgeving samen met hun erfelijke informatie en leefomgeving, afhankelijk van de gebruikte definitie. In gewone teksten wordt hij vaak gebruikt voor de darmgemeenschap. Microbiota benoemt de organismen zelf.
Micronutriënten
Voedingsstoffen die in relatief kleine hoeveelheden nodig zijn, vooral vitaminen en mineralen. Klein in hoeveelheid betekent niet onbelangrijk. Een vleespercentage alleen laat niet zien of alle micronutriënten voldoende aanwezig zijn.
Middenrif
Een brede spierplaat tussen borstholte en buikholte. Het helpt de longen bij het inademen doordat de ruimte in de borstkas verandert. Het ligt als grens achter hart en longen en vóór de meeste buikorganen.
Mineralen
Noodzakelijke voedingsstoffen zoals calcium, fosfor, natrium en magnesium. Ze dragen onder meer bij aan botten, spieren, zenuwen en vochtbalans. De juiste hoeveelheden en onderlinge verhoudingen zijn belangrijk; meer is niet altijd beter.
MJ
Megajoule: een eenheid voor energie. 1 MJ is 1.000 kJ, ongeveer 239 kcal. Bij buitenlandse voeders en technische gegevens kan energie in MJ per kilogram staan.
Moisture
Engels voor vocht. Op het etiket is dit het watergehalte van de voeding. De waarde is nodig voor een droge-stofberekening en voor een NFE-schatting op basis van alle vijf analysewaarden.
Monoproteïne
Een product met één eiwitbron, in diervoeding vaak bedoeld als één dierlijke diersoort. Controleer de volledige receptuur: de naam alleen sluit andere eiwitbronnen of kruisbesmetting niet uit.
Monovoeding
Langdurig steeds dezelfde voeding geven. Dit verschilt van monoproteïne, dat over de eiwitbronnen binnen één product gaat. Een monoproteïneproduct kan onderdeel zijn van een gevarieerd menu.
MOS
Mannan-oligosachariden. Stoffen die onder meer uit gistcelwanden worden gewonnen en in voeding of supplementen worden gebruikt. Zij kunnen de wisselwerking tussen bepaalde micro-organismen en de darm beïnvloeden. De afkorting is geen garantie voor een gezondheidsvoordeel van ieder product.
N
Natrium (Na)
Een mineraal dat onder meer belangrijk is voor vochtverdeling en zenuw- en spierwerking. Het is een bestanddeel van keukenzout. Natrium en zout zijn dus niet hetzelfde getal op een analyse.
Natuurlijke snacks
Binnen Hond & Katwaardig: herkenbare dierlijke onderdelen, zoals huid, pezen, spiervlees of organen, zonder onnodige toevoegingen. Mijn definitie is bewust strikter dan een algemene marketingclaim. De snack moet passen bij het dier, zijn gebit en kauwgedrag.
Natvoer
Vochtrijke voeding, bijvoorbeeld in blik, kuipje of zakje. De receptuur en bereiding verschillen per product. Ik beoordeel de dierlijke ingrediënten, volledigheid en bewerking; mijn eerste voorkeur blijft hoogwaardige, zorgvuldig samengestelde KVV.
NFE
Nitrogen Free Extract: een berekende restfractie die het koolhydraatgehalte helpt schatten. Formule: 100 − eiwit − vet − ruwe as − ruwe celstof − vocht, met alle waarden in procenten op dezelfde basis. Het is geen exacte zetmeelmeting.
Niacine
Vitamine B3. Deze vitamine speelt een rol in de energieverwerking van cellen. Katten moeten voldoende via hun voeding krijgen omdat hun eigen aanmaak uit andere bouwstoffen de behoefte niet betrouwbaar dekt.
Nieren
Organen die onder meer afvalstoffen uit het bloed verwijderen en helpen de vocht- en mineralenbalans regelen. Ze maken urine. Nierfunctie is iets anders dan alleen de hoeveelheid die een dier drinkt of plast.
Novel protein
Engels voor een eiwitbron die nieuw is voor het individuele dier. Een veelgebruikte diersoort kan voor het ene dier nieuw zijn en voor het andere niet. De term speelt een rol bij zorgvuldig gekozen eliminatievoeding.
NRC
National Research Council. De organisatie achter onder meer het wetenschappelijke naslagwerk Nutrient Requirements of Dogs and Cats uit 2006. Het werk beschrijft voedingsbehoeften; NRC is geen kwaliteitskeurmerk voor een individueel merk.
Nutriënten
Een andere naam voor voedingsstoffen. Voorbeelden zijn aminozuren, vetzuren, vitaminen en mineralen. Een nutriënt is iets anders dan een ingrediënt: kippenvlees is een ingrediënt dat verschillende nutriënten levert.
NVWA
Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. De Nederlandse toezichthouder die onder meer controleert op veiligheid, etikettering en claims van diervoeders. Toezicht op regels is iets anders dan een ranglijst van biologisch passende voeding.
O
Obligate carnivoor
Een sterk gespecialiseerde vleeseter die van nature afhankelijk is van voedingsstoffen uit dierlijke bronnen. De kat is hiervan een voorbeeld. Haar bijzondere behoefte aan onder andere taurine, bruikbare vitamine A en arachidonzuur hoort bij die specialisatie.
Omega 3 en 6
Families van meervoudig onverzadigde vetzuren. Binnen elke familie bestaan verschillende stoffen, zoals ALA, EPA, DHA en arachidonzuur. Alleen een omega-verhouding vertelt niet of de hoeveelheden en specifieke vetzuren in een voeding passend zijn.
Omnivoor
Een alleseter die uiteenlopende dierlijke en plantaardige voedselbronnen benut. De term beschrijft een voedingsstrategie. Binnen mijn beoordeling kijk ik naar de concrete anatomie en fysiologie van hond en kat, niet alleen naar een algemeen etiket.
Ondervacht
De zachte, vaak dichte laag haren onder de langere dekharen. Zij helpt bij isolatie. Niet iedere hond of kat heeft dezelfde ondervacht; vachttype, seizoen en individuele verschillen beïnvloeden de bescherming tegen kou en vocht.
Ontsteking
Een reactie van het lichaam op bijvoorbeeld beschadiging, irritatie of een ziekteverwekker. Er kunnen roodheid, warmte, zwelling of pijn ontstaan. Een ontsteking is niet altijd een infectie; een infectie wordt veroorzaakt door een ziekteverwekker.
Oplosbare en onoplosbare vezels
Een indeling op basis van het gedrag van vezels in water. Oplosbare vezels kunnen bijvoorbeeld gel vormen; onoplosbare vezels geven eerder structuur. Dit is niet precies dezelfde indeling als goed of slecht fermenteerbaar.
Orgaanvlees
Dierlijke organen die als voedingsingrediënt worden gebruikt, zoals lever en nier. Ze verschillen sterk in voedingswaarde. Hart is anatomisch een orgaan maar bestaat grotendeels uit spierweefsel; rekenregels voor menu’s kunnen het daarom anders indelen.
Oxidatie
Een chemische reactie waarbij stoffen veranderen, vaak door contact met zuurstof. Vetten kunnen daardoor ranzig worden. Bewaring, verpakking en antioxidanten kunnen het proces helpen beperken.
Oxidatieve stress
Een situatie waarin reactieve stoffen en de bescherming daartegen uit balans raken. Dit kan cellen beschadigen. De term beschrijft een lichaamsproces; hij bewijst niet op zichzelf dat een bepaald voer dat effect veroorzaakt.
P
Palatants
Stoffen of mengsels die de geur en smaak van voer aantrekkelijker maken. De herkomst kan dierlijk of anders zijn. Dat een dier een product graag eet, vertelt niet op zichzelf hoe goed het aansluit bij zijn voedingsbehoeften.
Parasiet
Een organisme dat op of in een ander organisme leeft en daarvan profiteert, bijvoorbeeld een vlo of Giardia. De soort parasiet bepaalt hoe besmetting en eventuele klachten ontstaan.
Pens
Een van de voormagen van herkauwers, zoals runderen en schapen. Als dierlijk voedingsingrediënt is pens iets anders dan de plantaardige maaginhoud van het prooidier. Bewerking en samenstelling verschillen per product.
Pepsine
Een eiwitafbrekend enzym in de maag. Het helpt grote eiwitten in kleinere stukken verdelen. De verdere afbraak en opname verlopen later in de darm.
Pezen
Sterke verbindingen tussen spieren en botten, met veel bindweefsel en collageen. Gedroogde pezen kunnen taaie kauwsnacks vormen. De structuur, grootte en het individuele kauwgedrag bepalen of een product passend is.
pH
Een maat voor hoe zuur of basisch een vloeistof is. Een lagere pH is zuurder, een hogere pH basischer. De betekenis hangt af van de plaats, zoals maag of urine; één ideale pH voor het hele lichaam bestaat niet.
Plantaardig eiwit
Eiwit uit planten, bijvoorbeeld erwten of soja. Het aminozuurprofiel en de verteerbaarheid verschillen per bron. Binnen mijn voedingsvisie geef ik de voorkeur aan hoogwaardige dierlijke eiwitten die aansluiten bij de natuurlijke bouw en oorsprong van hond en kat.
Polyfosfaten
Verbindingen met meerdere fosfaatgroepen. Sommige worden gebruikt in gebitsproducten om calcium te binden en de vorming van tandsteen te beperken. Dat is een andere werking dan kauwwrijving en vertelt niet of het product vleesrijk is.
Postbiotica
Preparaten met niet-levende micro-organismen en/of onderdelen daarvan, met een aangetoond gezondheidsvoordeel bij de gebruiker. Het zijn geen levende probiotica. Alleen een los afbraakproduct van bacteriën is volgens deze definitie niet vanzelf een postbioticum.
Pouch
Engels voor een flexibel zakje, vaak gebruikt voor porties natvoer. Het woord beschrijft de verpakking, niet de samenstelling, het vleespercentage of de volledigheid.
Pre-, pro- en postbiotica
Drie verschillende begrippen. Prebiotica worden door bepaalde micro-organismen benut; probiotica zijn levende micro-organismen met een gezondheidsvoordeel; postbiotica bevatten niet-levende micro-organismen of onderdelen daarvan met een gezondheidsvoordeel. Elk begrip heeft hieronder een eigen uitleg.
Prebiotica
Stoffen die door bepaalde micro-organismen worden benut en daardoor een gezondheidsvoordeel geven. In voer gaat het vaak om specifieke vezels, zoals inuline en FOS. Het zijn geen levende bacteriën.
Premix
Een vooraf samengesteld mengsel van toevoegingen, bijvoorbeeld vitaminen en mineralen, dat in een recept wordt verwerkt. Een passende premix is voor mij op zichzelf geen bezwaar. De dierlijke basis en het volledige voedingsprofiel blijven bepalend.
Preservatieven
Een andere naam voor conserveermiddelen: toegevoegde stoffen die bederf helpen tegengaan. De functie en precieze stof zijn belangrijker dan alleen deze verzamelnaam.
Probiotica
Levende micro-organismen die in een passende hoeveelheid een gezondheidsvoordeel geven. Het effect hoort bij de onderzochte stam en toepassing; niet elk product met bacteriën heeft hetzelfde effect. Een probioticum is iets anders dan een prebioticum.
Proteasen
Een groep enzymen die eiwitten in kleinere delen knippen. Pepsine in de maag is een voorbeeld. Andere proteasen werken in de darm. Zo komen uiteindelijk aminozuren en kleine eiwitdelen beschikbaar voor opname.
Proteïne
Een andere naam voor eiwit. Ook het Engelse protein op een etiket betekent eiwit. De naam op zichzelf zegt niets over dierlijke herkomst, verteerbaarheid of het aminozuurprofiel.
R
Rauw voeren
Voeren met niet-verhitte dierlijke ingrediënten, bijvoorbeeld via KVV of een zelf samengesteld BARF-menu. Mijn voorkeur is hoogwaardige, zorgvuldig samengestelde KVV. Zorgvuldige samenstelling, schone bereiding en gekoelde bewaring horen bij deze voedingsvorm.
Rawhide
Een naam voor huidmateriaal dat voor kauwproducten wordt verwerkt, vaak uit diepere huidlagen. Het kan verschillende bewerkingen ondergaan, zoals reinigen, vormen en drogen. Dat verschilt van een herkenbaar gedroogd stuk kophuid binnen mijn definitie van natuurlijke snacks.
Retinol
Een rechtstreeks bruikbare vorm van vitamine A. Katten hebben voldoende voorgevormde vitamine A nodig, omdat omzetting uit plantaardig bèta-caroteen onvoldoende is. Lever kan veel vitamine A leveren; de juiste hoeveelheid in het totaalmenu blijft belangrijk.
Rotatie
Het afwisselen van recepten of dierlijke bronnen volgens een menu. Dat past bij mijn voorkeur voor variatie. Het aantal afgewisselde smaken alleen bewijst niet dat alle noodzakelijke voedingsstoffen voldoende in het totale menu aanwezig zijn.
Rui
De natuurlijke vervanging van haren. Seizoen, daglicht, vachttype en leefomstandigheden beïnvloeden het patroon. Verharen is niet hetzelfde als iedere vorm van haaruitval; plaatselijke kale plekken vragen een andere beoordeling.
Ruw as
Een gebruikelijke maar taalkundig minder juiste benaming voor ruwe as: de minerale rest van een laboratoriumanalyse. Het gaat niet om een toegevoegd ingrediënt.
Ruw eiwit
Een schatting van eiwit op basis van gemeten stikstof. Het getal maakt geen onderscheid tussen dierlijke en plantaardige bronnen en vertelt niet hoeveel van ieder essentieel aminozuur beschikbaar is. Daarom is het geen volledige maat voor eiwitkwaliteit.
Ruw vet
Het vetgehalte zoals bepaald met een analytische methode. Het geeft geen uitsplitsing naar afzonderlijke vetzuren of de kwaliteit van de gebruikte vetbron. Daarvoor zijn aanvullende gegevens nodig.
Ruwe celstof
Een analysecijfer voor een deel van de vezels in voer. Het meet niet alle voedingsvezels, vooral oplosbare vezels worden hiermee onvoldoende weergegeven. Een laag getal betekent daarom niet dat er helemaal geen vezels aanwezig zijn.
S
Selenium (Se)
Een spoorelement dat in kleine hoeveelheden nodig is, onder meer voor bepaalde beschermende enzymen. De hoeveelheid moet passen bij het totale voer. Een hoger gehalte of een extra supplement is niet vanzelf gunstig.
Shelf life
Engels voor houdbaarheid: de periode waarin een product onder de opgegeven bewaaromstandigheden zijn bedoelde eigenschappen behoudt. Na openen kunnen andere bewaartermijnen gelden. Lang houdbaar zegt niets op zichzelf over vleeskwaliteit.
Single protein
Engels voor één eiwitbron; bij diervoeding meestal gebruikt voor één dierlijke diersoort. Controleer ook de andere ingrediënten en productinformatie. Het is geen garantie dat elk allergisch dier het product verdraagt.
Slokdarm
De gespierde buis die voedsel van de keel naar de maag transporteert. Golvende spierbewegingen helpen de hap verplaatsen. De slokdarm is geen opslagorgaan voor voedsel.
Sodium hexametaphosphate
Engels voor natriumhexametafosfaat, een polyfosfaat. Het wordt in bepaalde gebitsproducten gebruikt om calcium te binden en tandsteenvorming te beperken. Het is een hulpstof en geen natuurlijk stuk dierlijk kauwmateriaal.
Soortgeschikt
Passend bij de eigenschappen en behoeften van de diersoort. Binnen mijn visie beoordeel ik dat vanuit oorsprong, gebit, spijsvertering en voedingsbehoeften. Dat een dier een ingrediënt kan eten of graag lust, is daarvoor niet de enige maatstaf.
Spiervlees
Het spierweefsel van een dier dat als voedingsingrediënt wordt gebruikt. Het levert onder meer eiwit, vet en mineralen, afhankelijk van het deel. Alleen spiervlees is geen volledig samengesteld menu.
Spoorelementen
Mineralen die het lichaam in heel kleine hoeveelheden nodig heeft, zoals zink, koper, jodium en selenium. Kleine hoeveelheden kunnen belangrijk zijn; onbeperkt extra toevoegen kan juist tot een overschot leiden.
Stabilisator
Een hulpstof die de structuur van een product helpt behouden, bijvoorbeeld door te voorkomen dat vocht en vaste bestanddelen scheiden. De functie gaat over producteigenschappen, niet over het dierlijke aandeel.
Stofwisseling
Alle processen waarmee het lichaam stoffen opbouwt, afbreekt en gebruikt, waaronder de energievoorziening. De andere naam is metabolisme. Vertering is één stap in de voedingsverwerking en niet hetzelfde als de hele stofwisseling.
Struviet
Een verbinding van magnesium, ammonium en fosfaat die kristallen of stenen in urine kan vormen. Het is een ander type dan calciumoxalaat. De juiste aanpak hangt af van onderzoek en de individuele medische situatie.
Suikers
Kleine koolhydraten, zoals glucose en lactose. Ze verschillen van lange zetmeelketens en van vezels. Toegevoegde suikers horen binnen mijn voedingsvisie niet in de dagelijkse basis of natuurlijke snacks voor gezonde honden en katten.
Supplementen
Gerichte aanvullingen op voeding, zoals een vitamine-, mineraal- of vetzuurproduct. Bij een daadwerkelijk volledig menu is niet standaard extra aanvulling nodig. Eerst beoordelen wat het totale menu al levert voorkomt ongericht stapelen.
Synbiotica
Een combinatie van levende micro-organismen en stoffen die door micro-organismen worden benut, bedoeld om samen een gezondheidsvoordeel te geven. Het is dus een combinatieconcept, niet een ander woord voor alleen probiotica.
Synthetisch
Door een technisch of chemisch productieproces gemaakt. De term beschrijft de herkomst of productie. Bij een gerichte toevoeging beoordeel ik functie, hoeveelheid en het eindresultaat; een passende premix is voor mij op zichzelf geen bezwaar.
T
Tandplak
Een zacht, aangehecht laagje bacteriën en het materiaal daaromheen op tanden. Het is een biofilm, niet alleen een voedselrest. Vooral de ophoping bij de tandvleesrand is van belang voor de mondgezondheid.
Tandsteen
Verharde, gemineraliseerde tandplak. Het is stevig aan tanden gehecht en verschilt van zachte plak. Een kauwsnack is geen betrouwbare manier om bestaand tandsteen te verwijderen.
Tandvleesrand
De overgang waar het tandvlees langs de tand ligt. Hier kan tandplak zich ophopen en ontsteking ontstaan. Of een kauwproduct dit gebied bereikt hangt af van de vorm, het contact en het kauwgedrag.
Tapioca
Zetmeel uit de cassavewortel. Het kan onder meer als bindende grondstof in voer worden gebruikt. Een graanvrij product met tapioca kan daardoor nog steeds veel zetmeel bevatten.
Taurine
Een zwavelhoudende stof die vaak bij de aminozuren wordt ingedeeld, al is zij geen gewone bouwsteen van lichaamseiwit. Katten moeten haar voldoende uit voeding krijgen. Taurine is onder meer belangrijk voor hart, ogen en galzouten.
Textuur
De structuur en het mondgevoel van voedsel, bijvoorbeeld zacht, grof, glad of krokant. Gewenning aan een textuur kan de acceptatie van nieuw voer beïnvloeden. Dat zegt niet op zichzelf wat biologisch het beste bij een dier past.
Thiaminase
Een enzym dat vitamine B1 kan afbreken. Het komt onder meer in sommige rauwe vissoorten voor. De aanwezigheid hangt van de vissoort af; het begrip geldt dus niet als eigenschap van iedere vis.
Thiamine
Vitamine B1. Deze vitamine helpt bij de verwerking van energie in het lichaam. Bepaalde stoffen en bewerkingen kunnen invloed hebben op de beschikbaarheid. De totale voorziening in het recept is bepalend.
Tocoferolen
Een groep verbindingen die bij vitamine E horen en ook als antioxidant in voer worden gebruikt. Op een etiket kan de functie het beschermen van vetten tegen oxidatie zijn. Dat is iets anders dan een compleet overzicht van de vitamine E-voorziening.
Traceerbaarheid
De mogelijkheid om na te gaan waar ingrediënten of producten vandaan komen en welke stappen zij hebben doorlopen. Duidelijke herkomst helpt bij controle en terughalen van partijen, maar vervangt geen beoordeling van de samenstelling.
U
Ureum
Een stof die de lever maakt bij de veilige verwerking van stikstof uit onder meer eiwitafbraak. De nieren scheiden ureum uit via de urine. De term kan voorkomen bij uitleg over stofwisseling of nierfunctie.
Urinewegen
De organen en buizen die urine vervoeren, opslaan en afvoeren: van de nieren via urineleiders naar de blaas en via de urinebuis naar buiten. Problemen kunnen op verschillende plaatsen en door verschillende oorzaken ontstaan.
V
Vachtvet
De natuurlijke vetten op huid en haren, mede afkomstig van talgklieren. Ze ondersteunen de beschermende eigenschappen van huid en vacht. Binnen mijn verzorgingsvisie is gewone hondengeur geen reden om die laag routinematig met shampoo te verwijderen.
Verdikkingsmiddel
Een hulpstof die een vloeistof of mengsel dikker maakt. Gommen zijn voorbeelden. Het gaat om structuur; een stevige gelei betekent niet dat het product meer vlees bevat.
Versvlees
Een term waarvan de betekenis van de context afhangt. Op deze website bedoelen we met versvleesvoeding doorgaans rauwe KVV of BARF. Vers vlees als brokingrediënt wordt tijdens de brokproductie nog verwerkt en is niet hetzelfde als een rauwe eindmaaltijd.
Verteerbaarheid
De mate waarin voedingsbestanddelen tijdens de spijsvertering beschikbaar komen voor opname; vaak berekend uit wat wordt gegeten en uitgescheiden. Het is iets anders dan de uiteindelijke benutting in het lichaam. Technische verteerbaarheid bepaalt binnen mijn visie niet de biologische passendheid.
Vetoplosbare vitaminen
Vitaminen A, D, E en K. Hun opname hangt samen met de vetverwerking. Het lichaam kan een deel ervan opslaan; daardoor kan ongerichte extra aanvulling tot een schadelijk overschot leiden.
Vetten
Voedingsstoffen die onder meer energie en essentiële vetzuren leveren. Ze helpen ook bij de opname van vetoplosbare vitaminen. Het totale vetgehalte vertelt niet welke vetzuren aanwezig zijn of uit welke grondstoffen het vet komt.
Vetzuren
Bouwstenen van veel vetten. Er zijn onder meer verzadigde, enkelvoudig onverzadigde en meervoudig onverzadigde vetzuren. Omega 3 en omega 6 behoren tot die laatste groep. De verschillende vetzuren hebben niet allemaal dezelfde functie.
Vezels
Voedselbestanddelen die niet met de eigen spijsverteringsenzymen worden afgebroken zoals zetmeel of eiwit. Sommige kunnen door darmbacteriën worden verwerkt. Oplosbaarheid en fermenteerbaarheid zijn verschillende eigenschappen. Ruwe celstof op het etiket meet niet alle vezels.
Vitamine A
Een vetoplosbare vitamine, belangrijk voor onder meer ogen en huid. Katten hebben voldoende rechtstreeks bruikbare vitamine A nodig. Lever kan een rijke bron zijn; te veel toevoegen kan een overschot veroorzaken.
Vitamine D
Een vetoplosbare vitamine die onder meer helpt bij de calcium- en fosforhuishouding. De voeding moet een passende hoeveelheid leveren. Een overschot kan schadelijk zijn; voeg niet ongericht extra vitamine D toe.
Vitamine E
Een groep vetoplosbare verbindingen met onder andere een beschermende antioxidantfunctie. Tocoferolen horen bij deze groep. Vitamine E als voedingsstof en tocoferolen als hulpmiddel voor houdbaarheid zijn verwante maar verschillende etiketteringscontexten.
Vitaminen
Voedingsstoffen die het lichaam in kleine hoeveelheden nodig heeft voor allerlei processen. Niet iedere vitamine wordt door ieder dier voldoende zelf gemaakt. Zowel tekorten als overschotten kunnen schadelijk zijn; het totaalmenu bepaalt de voorziening.
Vleesmeel
Een gedroogde, gemalen dierlijke grondstof waaruit veel water is verwijderd. De precieze gebruikte delen en verwerking bepalen de kwaliteit. Het gewichtspercentage is door het lagere watergehalte niet rechtstreeks vergelijkbaar met hetzelfde percentage vers vlees.
Vleespercentage
Het opgegeven aandeel vlees in een product of recept. Controleer welke delen onder de claim vallen en op welk moment of welke vochtbasis is gerekend. Vleespercentage en het totale aandeel dierlijke ingrediënten hoeven niet hetzelfde te betekenen.
Vochtbalans
Het evenwicht tussen vocht dat het lichaam opneemt en verliest, bijvoorbeeld via urine, ontlasting en ademhaling. Water uit voeding telt mee. De vochtbalans is dus meer dan de hoeveelheid die uit een drinkbak verdwijnt.
Vochtgehalte
Het percentage water in een voeding. Dit beïnvloedt de percentages van andere bestanddelen op het etiket. Voor een eerlijke vergelijking van bijvoorbeeld eiwit kun je eerst omrekenen naar droge-stofbasis.
Vochtretentie
Het vasthouden van vocht in het lichaam. Dit kan verschillende medische oorzaken hebben. Het is iets anders dan normale hydratatie en betekent niet dat een dier zonder meer minder drinkwater moet krijgen.
Vochtrijk voer
Voer dat veel water bevat, zoals KVV en veel soorten natvoer. Het levert vocht via de maaltijd. Het vochtgehalte alleen zegt niet of de dierlijke ingrediënten of de totale voedingsstoffenvoorziening passend zijn.
Voedingsclaim
Een bewering over een eigenschap van voer, zoals eiwitrijk, graanvrij of met vers vlees. Controleer wat precies wordt beweerd en welke gegevens dat ondersteunen. Een aantrekkelijke claim vervangt de ingrediëntenlijst en analyse niet.
Voedingsprofiel
Het overzicht van de voedingsstoffen en hun hoeveelheden in een voeding. Dit is iets anders dan alleen de ingrediëntenlijst. Het profiel helpt beoordelen of een recept alle benodigde stoffen levert voor het bedoelde gebruik.
Voedingswaarde
Wat een voeding levert aan energie en voedingsstoffen. De term omvat meer dan alleen calorieën of vleespercentage. De herkomst, hoeveelheid, verteerbaarheid en beschikbaarheid van de stoffen beïnvloeden de uiteindelijke betekenis voor het dier.
Voedselneofobie
Terughoudendheid of afkeer tegenover onbekend voedsel. Een nieuwe geur, temperatuur of textuur kan daarbij een rol spelen, vooral bij katten. Weigeren van een onbekende maaltijd betekent niet vanzelf dat de ingrediënten ongeschikt zijn.
VOHC
Veterinary Oral Health Council. Een organisatie die ingediende onderzoeksgegevens over vermindering van tandplak of tandsteen bij producten beoordeelt. Een acceptatie betreft die omschreven werking; zij is geen algemene ranglijst voor natuurlijke voeding of grondstofkwaliteit.
Volledig diervoeder
Voeding die door de samenstelling als toereikend dagrantsoen bedoeld is voor de vermelde diersoort en levensfase. Binnen mijn beoordeling kijk ik daarnaast naar grondstofkwaliteit en biologische passendheid. Volledig en vleesrijk zijn verschillende eigenschappen.
Vriesgedroogd
Gedroogd door een bevroren product onder lage druk water te laten verliezen. De structuur blijft vaak herkenbaar. Het proces maakt een product niet vanzelf steriel of volledig. Gebruik en bewaring volgen de productinstructies.
W
Wateroplosbare vitaminen
Vitaminen uit de B-groep en vitamine C. Ze verschillen in opname en opslag van de vetoplosbare vitaminen. Wateroplosbaar betekent niet dat onbeperkt extra geven nuttig of veilig is.
Whole prey
Engels voor hele prooi. Bij voeding kan het verwijzen naar prooidieren of naar een recept met verschillende dierlijke delen. Een claim als WholePrey bewijst niet op zichzelf dat een product een hele prooi of een volledig voedingsprofiel bevat.
WSAVA
World Small Animal Veterinary Association. Internationale organisatie voor gezelschapsdierenartsen die onder meer hulpmiddelen voor voedings- en conditiebeoordeling publiceert. Zo’n technisch hulpmiddel bepaalt niet mijn voorkeur voor ingrediënten of voedingsvormen.
X
Xanthaangom
Een verdikkings- en stabilisatiemiddel dat met behulp van micro-organismen wordt geproduceerd. Het helpt bijvoorbeeld saus of gelei haar structuur behouden. Het is een hulpstof, geen dierlijk ingrediënt.
Z
Zetmeel
Een koolhydraat opgebouwd uit lange ketens glucose. Het zit onder andere in granen, aardappelen en peulvruchten en wordt vaak gebruikt bij brokproductie. Bewerking kan de verteerbaarheid verhogen, maar maakt het binnen mijn visie geen betere natuurlijke basis.
Zetmeelgelatinisatie
Het toegankelijker worden van de zetmeelstructuur door water en warmte, ook verstijfseling genoemd. Dit gebeurt bijvoorbeeld tijdens extrusie. Het beschrijft een verandering van zetmeel, geen toename van het dierlijke aandeel.
Zink (Zn)
Een spoorelement dat onder meer nodig is voor huid, wondherstel en enzymwerking. Het kan uit grondstoffen en toevoegingen komen. Een voldoende totaalgehalte en bruikbare vorm zijn belangrijker dan ongericht extra toevoegen.
Zinkzouten
Verbindingen waarin zink aan andere stoffen is gekoppeld. Afhankelijk van de verbinding kunnen ze bijvoorbeeld als voedingsaanvulling of in mondverzorging worden gebruikt. Het woord alleen vertelt niet welke functie of hoeveelheid bedoeld is.
Zout
In gewone voedingscontext meestal keukenzout: natriumchloride. Het bestaat uit natrium en chloride. Zoutgehalte en natriumgehalte zijn niet hetzelfde percentage. Bij vergelijking is het belangrijk te weten welke waarde een fabrikant vermeldt.
Over deze begrippenlijst
Samengesteld door Jeffrey, onafhankelijk en gediplomeerd voedingsadviseur voor honden en katten. Bijgewerkt op 23 oktober 2026. Definities en mijn professionele voedingsvisie zijn herkenbaar van elkaar onderscheiden. De lijst sluit aan op de onderwerpen van Hond & Katwaardig en wordt aangevuld wanneer nieuwe begrippen worden gebruikt.
Bronnen bij definities en afkortingen
Technische bronnen helpen de betekenis van termen controleren. Zij bepalen niet mijn voorkeur voor voedingsvormen of grondstoffen.