Waarom goede honden- en kattenvoeding duurder is: de werkelijke prijs van kwaliteit

Ruwharige hond en crèmekleurige kat bij verse ingrediënten en een keukenweegschaal. Titel: De prijs van goede voeding

Duur voer hoeft niet goed te zijn. Maar hoogwaardige dierlijke ingrediënten, zorgvuldige productie en echte kwaliteitscontrole hebben een prijs. Waarom is kwalitatieve KVV, gestoomde voeding en vleesrijke brokvoeding duurder, en wanneer betaal je vooral voor marketing?

Goede voeding begint bij de grondstoffen, niet bij de prijs

Wie honden- of kattenvoeding koopt, ziet enorme prijsverschillen. Van voordelige brokken bij marktkooplui en andere verkooppunten tot aanzienlijk duurdere vleesrijke brokken, gestoomde voeding en diepgevroren versvleesvoeding (KVV).

Volgens verkopers zijn hun producten vaak van uitstekende kwaliteit. Termen als premium, super premium, hoog vleesgehalte en topkwaliteit worden gemakkelijk gebruikt.

Maar wat zeggen die woorden eigenlijk?

Een fabrikant kan zijn voeding nog zo mooi presenteren, uiteindelijk bepalen de gebruikte ingrediënten, hun kwaliteit en de zorgvuldigheid van de samenstelling wat er werkelijk in de voerbak terechtkomt.

Daarbij bestaat een economische werkelijkheid die niet genegeerd kan worden: hoogwaardige dierlijke ingrediënten zijn kostbaar.

Vlees, organen, dierlijke vetten en andere zorgvuldig geselecteerde grondstoffen moeten worden ingekocht, verwerkt, gecontroleerd, verpakt en vervoerd.

Wie een voeding wil produceren met een werkelijk hoog aandeel kwalitatief hoogwaardige dierlijke ingrediënten, heeft daardoor te maken met aanzienlijke kosten.

Dat vormt de basis van mijn uitgangspunt:

1. Waarom hoogwaardige dierlijke ingrediënten geld kosten

Vlees is een waardevolle grondstof waar veel vraag naar bestaat. Niet alleen vanuit de diervoedingsindustrie, maar ook vanuit de menselijke voedselketen.

De prijs wordt beïnvloed door onder andere de beschikbaarheid van dieren, kosten van veehouderij, slacht, verwerking, energie, personeel en transport.

Daarbij zijn niet alle dierlijke ingrediënten gelijkwaardig.

Er bestaat een belangrijk verschil tussen een zorgvuldig samengestelde combinatie van herkenbare dierlijke grondstoffen en een voeding waarin de fabrikant vooral stuurt op de laagst mogelijke inkoopprijs.

Denk aan het gebruik van:

  • Spiervlees: een belangrijke bron van dierlijke eiwitten.
  • Hart: rijk aan dierlijke voedingsstoffen en voedingskundig onderdeel van het spierweefsel.
  • Lever en andere organen: leveren specifieke vitaminen, mineralen en andere voedingsstoffen.
  • Dierlijk vet: een belangrijke energiebron.
  • Geschikte botbestanddelen: kunnen bijdragen aan de aanvoer van calcium en fosfor.

De verhouding tussen deze ingrediënten is belangrijk. Alleen veel vlees gebruiken maakt een voeding nog niet evenwichtig samengesteld.

Een fabrikant die zorgvuldig selecteert op kwaliteit, herkomst en voedingskundige samenstelling kan niet uitsluitend op de laagste grondstofprijs inkopen.

Dierlijke bijproducten zijn niet per definitie minderwaardig

Ook hier is een belangrijk onderscheid nodig.

Hart, lever en nieren kunnen administratief onder dierlijke bijproducten vallen, terwijl het waardevolle voedingsmiddelen zijn.

Het probleem is dus niet de benaming dierlijk bijproduct op zichzelf.

Het probleem ontstaat wanneer onduidelijk blijft welke dierlijke grondstoffen worden gebruikt, in welke verhouding en met welke voedingskundige waarde.

Transparantie over de daadwerkelijke ingrediënten is belangrijker dan een indrukwekkende naam op de verpakking.

2. Waarom goedkope plantaardige grondstoffen de kostprijs kunnen verlagen

Veel brokken bevatten aanzienlijke hoeveelheden granen, aardappelen, erwten, maïs of andere zetmeelrijke ingrediënten.

Deze grondstoffen hebben verschillende technische functies. Ze kunnen bijdragen aan de structuur van de brok, de verwerking tijdens de productie en de levering van energie.

Ook kunnen ze de kosten van een receptuur beïnvloeden.

Een fabrikant die een deel van kostbare dierlijke grondstoffen vervangt door goedkopere plantaardige ingrediënten, kan daarmee de grondstofkosten verlagen.

Voor mij is dat een belangrijk aandachtspunt.

Ik beoordeel honden- en kattenvoeding namelijk vanuit de natuurlijke bouw en oorsprong van het dier.

De kat is een obligate carnivoor: een dier dat voor zijn natuurlijke voedingsbehoeften sterk afhankelijk is van dierlijke voedingsstoffen.

Ook bij de hond vormen zijn evolutionaire achtergrond, gebit, kaakwerking en spijsvertering voor mij belangrijke argumenten om kwalitatief hoogwaardige dierlijke ingrediënten centraal te stellen.

Dat een hond bepaalde bewerkte plantaardige ingrediënten kan verteren, maakt deze ingrediënten in mijn voedingsvisie nog niet biologisch beter of passender.

Mijn voorkeur gaat daarom uit naar voeding met een zo hoog mogelijk aandeel kwalitatief hoogwaardige dierlijke ingrediënten en zo min mogelijk onnodige plantaardige toevoegingen.

3. Waarom kwalitatieve KVV geld kost

KVV staat voor kant-en-klare versvleesvoeding. Deze voeding wordt doorgaans samengesteld uit rauwe dierlijke ingrediënten, fijngemalen of gemengd en vervolgens diepgevroren.

Voor mij is zorgvuldig samengestelde KVV de eerste keuze binnen mijn voedingsvisie.

Maar ook bij KVV bestaan aanzienlijke kwaliteitsverschillen.

Een goede KVV-samenstelling vraagt om meer dan het simpelweg vermalen van vlees.

De juiste verhouding tussen dierlijke ingrediënten

Een fabrikant moet rekening houden met de verhouding tussen spiervlees, organen, vet en botbestanddelen.

Te veel lever kan bijvoorbeeld een ongewenst hoge aanvoer van bepaalde voedingsstoffen veroorzaken. Een verkeerde verhouding tussen calcium en fosfor kan eveneens problemen opleveren.

Het gaat dus niet alleen om de hoeveelheid vlees, maar om de volledige samenstelling.

Grondstofselectie en herkomst

Een fabrikant die hoogwaardige dierlijke ingrediënten gebruikt, moet betrouwbare leveranciers selecteren en kunnen controleren wat hij binnenkrijgt.

De kwaliteit van de grondstoffen vormt immers de basis van het eindproduct.

Koeling en invriezen

Bij KVV komt daar nog iets bij: de koudeketen.

Dierlijke grondstoffen moeten onder geschikte omstandigheden worden vervoerd en verwerkt. Het eindproduct moet worden ingevroren en vervolgens tijdens opslag en distributie voldoende koud blijven.

Dat vraagt om vriesinstallaties, energie, geschikte opslagruimtes en gekoeld transport.

Ook voedselveiligheidscontroles zijn essentieel, juist omdat rauwe voeding geen verhittingsstap ondergaat die ziekteverwekkers afdoodt.

Verpakking en distributie

Een diepgevroren product vraagt andere logistiek dan een zak droge brokken die langere tijd bij kamertemperatuur kan worden bewaard.

De kosten van diepvriesopslag en gekoelde distributie komen boven op de grondstof- en productiekosten.

Wie kwalitatief hoogwaardige KVV wil produceren, moet dus niet alleen investeren in goede dierlijke ingrediënten, maar ook in zorgvuldige verwerking, hygiëne en een betrouwbare koudeketen.

Dat verklaart waarom goede KVV een aanzienlijke kostprijs heeft.

4. Waarom vleesrijke brokken eveneens duurder zijn

Bij brokken spelen weer andere kosten een rol.

Brokken worden doorgaans geproduceerd door ingrediënten te mengen en vervolgens met behulp van machines, warmte en druk te verwerken.

Daarna worden ze gedroogd en vaak voorzien van een vetlaag of andere ingrediënten voor smaak en houdbaarheid.

Een brok met een werkelijk hoog aandeel kwalitatief hoogwaardige dierlijke ingrediënten heeft een andere grondstofbasis dan een brok waarin goedkope zetmeelrijke ingrediënten een groot deel van de samenstelling vormen.

Daarbij moet je kritisch kijken naar de manier waarop vleespercentages worden gepresenteerd.

Vers vlees en gedroogd vlees zijn niet hetzelfde

Vers vlees bevat van nature veel vocht. Tijdens de productie van droge brokken verdwijnt een groot deel daarvan.

Daardoor zegt een vermelding zoals 40% vers vlees niet dat de uiteindelijke droge brok voor 40% uit droge vleesbestanddelen bestaat.

Een fabrikant die gedroogde dierlijke ingrediënten gebruikt, werkt met grondstoffen waaruit al veel vocht is verwijderd.

Wie vleespercentages wil vergelijken, moet daarom rekening houden met het vochtgehalte van de gebruikte ingrediënten.

Een indrukwekkend percentage op de voorkant van een verpakking vertelt niet altijd het volledige verhaal.

Een hoog eiwitpercentage is geen bewijs van veel vlees

Ook het analytische eiwitpercentage verdient aandacht.

Eiwitten kunnen afkomstig zijn uit dierlijke én plantaardige grondstoffen.

Een brok met een hoog eiwitpercentage bevat daarom niet vanzelfsprekend een hoog aandeel kwalitatief hoogwaardige dierlijke ingrediënten.

Voor een goede beoordeling wil ik weten waar de eiwitten vandaan komen.

Niet alleen hoeveel eiwit een voeding bevat, maar vooral welke grondstoffen daarvoor zijn gebruikt.

5. Waarom gestoomde voeding een andere kostprijs heeft

Gestoomde of anderszins zorgvuldig verhitte vleesvoeding vormt binnen mijn voedingsvisie een interessant alternatief voor wie geen rauwe KVV wil voeren.

Ook hier bepalen de gebruikte ingrediënten in belangrijke mate de kostprijs.

Een voeding met veel hoogwaardige dierlijke grondstoffen vraagt een grotere investering in ingrediënten dan een product waarin goedkopere grondstoffen een aanzienlijk deel van de receptuur vormen.

Daarnaast zijn er kosten voor verhitting, verpakking, kwaliteitscontrole en houdbaarheid.

Afhankelijk van de productiemethode kunnen ook specifieke verpakkings- en sterilisatieprocessen noodzakelijk zijn.

Het voordeel van dergelijke producten is dat ze, afhankelijk van hun verwerking en verpakking, zonder diepvriesketen kunnen worden bewaard.

Maar dat neemt de kosten van hoogwaardige dierlijke ingrediënten niet weg.

KVV, gestoomde voeding en vleesrijke brokken

KVV

De kosten van diepvriesopslag en gekoelde distributie komen boven op de grondstof- en productiekosten.

Gestoomde voeding

Daarnaast zijn er kosten voor verhitting, verpakking, kwaliteitscontrole en houdbaarheid.

Vleesrijke brokken

Brokken worden doorgaans geproduceerd door ingrediënten te mengen en vervolgens met behulp van machines, warmte en druk te verwerken.

6. De verborgen kosten achter iedere verpakking

Consumenten zien meestal alleen de verkoopprijs.

Daarachter bevindt zich een complete productieketen.

Een fabrikant betaalt niet uitsluitend voor de ingrediënten. Hij moet ook investeren in machines, gebouwen, energie, personeel, onderhoud, reiniging, analyses, verpakkingen en transport.

Daarbij moeten grondstoffen en eindproducten gecontroleerd worden.

Denk aan controle van de samenstelling, ongewenste stoffen, microbiologische veiligheid en de herkomst van gebruikte grondstoffen.

Ook moet een fabrikant kunnen achterhalen welke ingrediënten in een bepaalde productiepartij zijn verwerkt.

Deze traceerbaarheid is belangrijk wanneer er bijvoorbeeld een probleem met een grondstof wordt ontdekt.

Het zijn allemaal kosten die uiteindelijk in de verkoopprijs verwerkt moeten worden.

7. Waarom duur voer niet vanzelfsprekend goed is

Een hoge verkoopprijs betekent niet dat een voeding ook daadwerkelijk hoogwaardige ingrediënten bevat.

Consumenten betalen soms eveneens voor:

  • Grote reclamecampagnes en merkbekendheid.
  • Luxe verpakkingen en merkpositionering.
  • Sponsoring en commerciële promotie.
  • Distributie via meerdere tussenpartijen.
  • Hogere winstmarges.

Een bekend merk kan dus duur zijn zonder dat de samenstelling aansluit bij mijn voedingsvisie.

Daarom beoordeel ik voeding niet op basis van de verkoopprijs of de bekendheid van de fabrikant.

Ik kijk naar de werkelijke ingrediënten.

Een onbekend merk met een transparante, hoogwaardige samenstelling kan voedingskundig interessanter zijn dan een bekend premiummerk.

Maar ook voor dat onbekende merk blijven de grondstof- en productiekosten bestaan.

Minder marketing kan een product voordeliger maken. Het verandert niets aan de intrinsieke kostprijs van hoogwaardige dierlijke ingrediënten.

8. Premium brokken op de markt: hoe geloofwaardig zijn de verkoopclaims?

Op markten, bij dierenbenodigdhedenverkopers en andere verkooppunten worden brokken aangeboden die volgens de verkoper van uitzonderlijk goede kwaliteit zijn.

Soms worden ze gepresenteerd als gelijkwaardig aan aanzienlijk duurdere premiummerken.

Daarbij hoor je uitspraken zoals:

‘Precies dezelfde kwaliteit, maar zonder de dure merknaam.’

Of:

‘Heel veel vlees, alleen betaal je bij ons niet voor de reclame.’

Zulke uitspraken verdienen kritische vragen.

Wanneer een verkoper beweert dat zijn product dezelfde kwaliteit biedt als een aanzienlijk duurdere vleesrijke voeding, wil ik weten waarop die vergelijking is gebaseerd.

Welke dierlijke ingrediënten worden gebruikt? Hoeveel daarvan zit er daadwerkelijk in? Wie produceert het voer? En welke informatie is beschikbaar over de samenstelling en kwaliteitscontrole?

Een lage verkoopprijs is op zichzelf geen bewijs van slechte voeding. Maar een uitzonderlijk gunstige prijs in combinatie met grote kwaliteitsclaims vraagt om een geloofwaardige verklaring.

Ook losse brokken verdienen extra aandacht

Wanneer brokken uit schepbakken worden verkocht, vind ik transparantie over herkomst en bewaring extra belangrijk.

De consument moet kunnen achterhalen welke voeding hij koopt, wie de fabrikant is, wat de volledige samenstelling is en welke houdbaarheidsinformatie bij het product hoort.

Ook de opslagomstandigheden zijn belangrijk.

Brokken bevatten vetten die onder invloed van zuurstof, warmte en licht kunnen oxideren. Daarnaast moeten de producten beschermd worden tegen vocht en vervuiling.

Een open schepbak maakt een voeding niet automatisch onveilig, maar vraagt wel om zorgvuldig voorraadbeheer en hygiënische omgang.

Een overtuigend verkoopverhaal is geen vervanging voor controleerbare productinformatie.

9. Wat betekent ‘hypoallergeen’ eigenlijk bij zulke verkoopclaims?

Sommige verkopers presenteren hun brokken als hypoallergeen omdat ze bijvoorbeeld uitsluitend lam als dierlijke eiwitbron bevatten.

Maar een brok met lam is niet vanzelfsprekend geschikt voor iedere hond of kat met een voedselallergie.

Een dier kan immers juist allergisch zijn voor lam.

Een voeding met één dierlijke eiwitbron kan bruikbaar zijn wanneer die eiwitbron door het betreffende dier wordt verdragen. Maar zonder inzicht in de individuele allergie kun je niet garanderen dat een voeding geschikt is.

Daarom vind ik het onjuist wanneer de term hypoallergeen wordt gebruikt alsof daarmee voor ieder dier vaststaat dat het geen allergische reactie zal krijgen.

De term kan betrekking hebben op een specifieke formulering, zoals voeding met bepaalde gehydrolyseerde eiwitten, maar ook dan blijft de geschiktheid voor het individuele dier bepalend.

Dit onderwerp behandel ik uitgebreider in mijn afzonderlijke artikel over hypoallergene voeding.

10. Waarom de prijs per kilogram niet het hele verhaal vertelt

Bij het vergelijken van KVV, gestoomde voeding en brokken wordt vaak uitsluitend gekeken naar de prijs per kilogram.

Dat is geen eerlijke vergelijking.

KVV bevat veel vocht, terwijl droge brokken een veel lager vochtgehalte hebben.

Een kilogram KVV levert daardoor doorgaans minder energie dan een kilogram brokken.

Om de kosten goed te vergelijken, moet je rekening houden met de hoeveelheid voeding die een hond of kat dagelijks nodig heeft.

Ook de voedingswaarde, het energiegehalte en de werkelijke samenstelling spelen een rol.

Kijk naar de dagelijkse voerkosten

Een voeding van € 8 per kilogram lijkt duurder dan een voeding van € 5 per kilogram.

Maar wanneer van de eerste voeding aanzienlijk minder nodig is om in de dagelijkse energiebehoefte te voorzien, wordt het verschil in dagelijkse kosten kleiner.

Bij KVV kan juist een grotere dagelijkse hoeveelheid nodig zijn doordat het product meer vocht bevat.

Daarom is het verstandig om naast de samenstelling ook de dagelijkse voerkosten te berekenen.

De goedkoopste verpakking is niet noodzakelijk de voordeligste voeding per dag.

En de voordeligste voeding per dag is niet automatisch de voeding die het beste aansluit bij de natuurlijke voedingsbehoeften van het dier.

11. Waar ik zelf op let bij het beoordelen van voeding

Als onafhankelijk voedingsadviseur beoordeel ik voeding vanuit de natuurlijke bouw, oorsprong en voedingsbehoeften van honden en katten.

Daarbij staat voor mij de kwaliteit van dierlijke ingrediënten centraal.

Mijn voorkeur gaat in de eerste plaats uit naar zorgvuldig samengestelde KVV met een zo hoog mogelijk aandeel kwalitatief hoogwaardige dierlijke ingrediënten.

Daarna kijk ik naar gestoomde voeding en vleesrijke brokken die zo goed mogelijk aansluiten bij dezelfde uitgangspunten.

Bij de beoordeling let ik onder andere op:

  • De daadwerkelijke hoeveelheid dierlijke ingrediënten.
  • De kwaliteit, herkomst en duidelijkheid van die ingrediënten.
  • De verhouding tussen spiervlees, organen, vet en botbestanddelen.
  • De hoeveelheid plantaardige grondstoffen.
  • De voedingskundige samenstelling en geschiktheid als dagelijkse voeding.
  • De betrouwbaarheid en transparantie van de fabrikant.

Een voeding moet niet alleen vleesrijk zijn, maar ook passen bij de voedingsbehoeften van het dier.

Bij complete voeding moet de samenstelling daarvoor geschikt zijn. Bij aanvullende KVV of producten die bedoeld zijn om af te wisselen, moet de totale voeding over de juiste voedingsstoffen beschikken.

Mijn voorkeur voor natuurlijke, dierlijke voeding betekent dus niet dat iedere willekeurige vleesmix automatisch een goede complete voeding is.

12. Mijn conclusie: kwaliteit heeft een kostprijs

De voedingsindustrie kan veel.

Fabrikanten kunnen grondstoffen bewerken, recepten aanpassen, productieprocessen efficiënter maken en voedingsstoffen toevoegen.

Maar geen enkele productietechniek kan de economische werkelijkheid veranderen dat hoogwaardige dierlijke grondstoffen een prijs hebben.

Een voeding met veel kwalitatief hoogwaardig vlees, zorgvuldig geselecteerde organen en een goed doordachte samenstelling vraagt een andere investering dan een product waarin vooral op de laagste grondstofkosten wordt gestuurd.

Dat geldt voor KVV, gestoomde voeding én vleesrijke brokken.

Natuurlijk bestaan er verschillen in productie-efficiëntie, schaalgrootte, distributie en winstmarges.

Maar de fundamentele kosten van hoogwaardige ingrediënten blijven bestaan.

Daarom vind ik dat consumenten kritisch moeten zijn wanneer een verkoper uitzonderlijk hoge kwaliteit belooft voor een prijs die moeilijk te rijmen valt met de gebruikte grondstoffen en noodzakelijke productieprocessen.

Vraag door. Bekijk de samenstelling. Onderzoek welke ingrediënten daadwerkelijk worden gebruikt.

En laat je vooral niet overtuigen door woorden als premium, super premium of topkwaliteit zonder dat de fabrikant deze claims kan onderbouwen.

Mijn uitgangspunt blijft eenvoudig: duur voer hoeft niet goed te zijn. Maar écht hoogwaardige, vleesrijke voeding heeft een kostprijs die je niet kunt wegpoetsen met mooie verkooppraatjes.

Jeffrey – onafhankelijk voedingsadviseur voor honden en katten, Hond & Katwaardig

Plaats een reactie