Begrippenlijst

Hond en kat samen naast een open boek – symbool voor kennis over natuurlijke voeding.

Begrippenlijst – Hond & Katwaardig

Hier vind je alle termen en begrippen die op Hond & Katwaardig worden gebruikt, alfabetisch gesorteerd. Gebruik de vaste ankerlinks (bijv. #nfe, #dierlijk-aandeel, #as-fed-vs-droge-stof) om vanaf andere pagina’s direct hierheen te verwijzen.


A

Agar – bindmiddel op basis van roodwieren. (Voeding Kat – Natvoer)

Additieven – toegevoegde stoffen zoals vitaminen, mineralen of conserveermiddelen. (Brok, Natvoer, Supplementen)

ALA & omega-verhouding – verhouding tussen ALA (plantaardige omega-3) en andere omega’s (EPA/DHA). ALA zet beperkt om naar EPA/DHA bij hond/kat.

Alleinfuttermittel – compleet diervoer volgens FEDIAF-normen. (Natvoer Kat – voedertype)

Aminozuren – bouwstenen van eiwitten. (Voeding algemeen, Supplementen)

Aminozuurprofiel – verdeling van aminozuren in een eiwitbron; bepaalt kwaliteit/bruikbaarheid.

Analytische bestanddelen – wettelijke analyse: ruw eiwit, ruw vet, ruwe as, ruwe celstof, vocht.

Analytische constituenten – synoniem van analytische bestanddelen (EU-etiketteringsterm).

Antioxidanten & conserveermiddelen – stoffen tegen oxidatie/bederf (bv. tocoferolen, citroenzuur; soms synthetisch).

As fed vs droge stof – ‘as fed’ = zoals gevoerd (incl. vocht); ‘droge stof’ rekent alles naar 0% vocht voor eerlijke vergelijkingen.

As (ruw as) – minerale restfractie; indicatie totaal mineralen. (Formules & Tools)

B

BARF – rauw dieet op basis van vlees, bot en orgaan. (Versvlees)

‘Bijproducten’ op etiketten – verzamelterm; kan waardevolle organen omvatten, maar ook laagwaardige delen. Let op transparantie.

Bindmiddelen – structuurgevers in natvoer: agar, carrageen, guargom, xanthaangom, johannesbroodpitmeel.

Biologische waarde – maat voor hoe efficiënt eiwit wordt benut; dierlijk eiwit scoort doorgaans hoger.

Brok geperst – samengeperst bij lagere temp.; verteert rustiger. (Voeding Hond – Brok)

Brok krokant – geëxtrudeerd bij hoge temp.; luchtig/bros, vaak meer zetmeel. (Voeding Hond – Brok)

Brokvoeding – droge voeding (geperst of geëxtrudeerd). (Voeding Hond/Kat)

C

Calcium-fosforverhouding (Ca:P) – cruciaal voor botontwikkeling; richtwaarden verschillen per levensfase.

Carrageen – verdikker uit zeewier; door sommige merken vermeden. (Natvoer)

Carnivoor – vleeseter; hond/kat zijn aangepast aan dierlijk voedsel. (Mijn Visie)

Conserveermiddel – stof die bederf tegengaat. (Snacks, Brok, Natvoer)

D

DHA – langeketenvetzuur (omega-3) uit dierlijke bronnen (vis/algen); belangrijk voor hersenen/ogen.

Dierlijk aandeel (% dierlijke ingrediënten) – aandeel dierlijke grondstoffen in het voer. (Formules & Tools)

Dierlijk eiwit – eiwit uit vlees/vis/ei; compleet aminozuurprofiel, goed verteerbaar.

Dieetvoeding – voeding ter ondersteuning bij medische aandoeningen (onder dierenartsbegeleiding).

Droogvoeding – verzamelnaam voor brok. (Voeding algemeen)

E

Eiwitten – essentiële bouwstoffen (spieren, huid, organen). Kwaliteit > kwantiteit.

Energie: ME vs GE/DE – GE = bruto energie; DE = verteerbare; ME = metabole (praktisch gebruikt op etiketten).

EPA – langeketenvetzuur (omega-3), anti-inflammatoir; dierlijke bron (vis/algen).

Extrusie (geperst vs krokant) – productieproces voor krokante brok; geperst is lage-temp. persing zonder extrusie.

F

FEDIAF – Europese brancheorganisatie met richtlijnen voor diervoeding. (Industrie & Feiten)

Fermentatie – natuurlijke afbraak/voorvertering door micro-organismen; kan verteerbaarheid verhogen.

Formules & Tools – sitehulpmiddelen zoals NFE en berekening dierlijk aandeel.

FOS – fructo-oligosachariden; prebiotische vezels die gunstige darmbacteriën voeden.

G

Gecheleerde mineralen – mineralen gebonden aan aminozuren/chelaat; vaak beter opneembaar.

Gehydrolyseerde eiwitten – eiwitten in kleine fragmenten; verlagen allergene prikkels.

Glycemische index/lading – snelheid/omvang van bloedsuikerstijging; lager is meestal gunstiger.

Granen – zetmeelrijke plantaardige bronnen (tarwe, maïs, rijst).

Graanvrij – zonder granen; let op alternatieve zetmeelbronnen (aardappel/erwten).

Guargom – verdikker van guarbonen; geen voedingswaarde.

H

Hydratatie – vochtopname; extra belangrijk bij droge voeding.

Hypoallergeen – lage kans op allergische reactie; vaak single protein.

I

Inuline – prebiotische vezel (uit cichorei); voedt gunstige darmflora.

J

Johannesbroodpitmeel – verdikker uit zaden van de johannesbroodboom. (Natvoer)

K

Koolhydraten – suikers/zetmelen; niet essentieel, wel vaak aanwezig in brok.

Krokant (brok) – geëxtrudeerde brok, luchtig/hard. (Voeding Hond/Kat – Brok)

KVV – kant-en-klaar vers vlees; zie ook BARF. (Diepvries/Versvlees)

L

Lignocellulose – plantaardige vezel zonder voedingswaarde; vulstof/structuur.

Lijnzaad – plantaardige omega-3 (ALA); beperkte omzetting naar EPA/DHA.

Luchtgedroogd – drogen bij lage temp.; behoudt voedingswaarde beter dan verhitting.

M

Mineralen – anorganische voedingsstoffen (Ca, P, Mg, Zn…).

Moisture (vocht) – vochtpercentage op etiket; relevant voor as-fed vs DS.

MOS – mannan-oligosachariden; binden ongewenste bacteriën, ondersteunen darmgezondheid.

N

Natvoer – vochtrijke voeding (blik/kuip); vaak hoger vleesgehalte, lager zetmeel.

Natuurlijke snacks – gedroogde/luchtgedroogde dierlijke snacks, vaak zonder toevoegingen.

NFE (koolhydraten) – berekende koolhydraten: 100 – (eiwit + vet + as + celstof + vocht).

Novel protein – ‘nieuwe’ eiwitbron voor het dier (bv. eend, hert) bij eliminatie/allergie.

O

Omega 3 & 6 – meervoudig onverzadigde vetzuren; balans tussen families is belangrijk.

Orgaanvlees – hart, lever, nier e.d.; micronutriënt-rijk, essentieel in natuurlijke voeding.

P

Palatants (smaakstoffen) – verhogen smakelijkheid; let op herkomst/kwaliteit.

Plantaardig eiwit – uit planten (erwten/soja); mist vaak complete aminozuurprofielen.

Premix – mix van vitaminen/mineralen toegevoegd om aan richtlijnen te voldoen.

Preservatieven – zie Conserveermiddel.

Proteïne – synoniem van eiwit; zie ook Eiwitten.

Pre-, pro- en postbiotica – pre = voeding voor bacteriën (bv. FOS/inuline), pro = levende bacteriën, post = metabolieten/afbraakproducten met effect.

R

Ruw as – zie As.

Ruwe celstof – vezelfractie; draagt bij aan darmwerking.

Ruw eiwit – totaal stikstofhoudende verbindingen; zegt niets over kwaliteit/herkomst.

Ruw vet – totaal vetgehalte; energiebron en smaakdrager.

S

Single protein (enkelvoudig eiwit) – één dierlijke eiwitbron; handig voor eliminatie/allergie.

Suikers – enkelvoudige koolhydraten; onnodig in diervoeding.

Supplementen – aanvullende vitaminen/mineralen/oliën; gebruik gericht en doseren met beleid.

T

Taurine – essentieel aminozuur voor katten (hart/ogen); moet via voeding worden opgenomen.

V

Vetten – belangrijke energiebron; drager van vetoplosbare vitaminen.

Vetzuren – bouwstenen van vetten; incl. verzadigd, enkel- en meervoudig onverzadigd (omega’s).

Vezels: oplosbaar/onoplosbaar, MOS/FOS/inuline – oplosbaar (fermenteerbaar) vs onoplosbaar (volume); MOS/FOS/inuline als prebiotica.

Verteerbaarheid – welk deel van nutriënten echt wordt opgenomen; hangt af van kwaliteit en verwerking.

Versvlees (KVV/BARF) – rauwe, vochtrijke voeding met hoog vleesgehalte. (Diepvriesvers)

Vitaminen – essentiële micronutriënten; te veel/te weinig geeft risico’s.

Vochtgehalte (vocht %) – vocht op etiket; relevant voor NFE en DS-vergelijking.

Vochtrijk voer – natvoer/versvlees met hoog vocht; ondersteunt hydratatie (zeker bij katten).

Voedingswaarde – totale nutritionele samenstelling van een product.

X

Xanthaangom – verdikker/structuurgever in natvoer.

Z

Zetmeelgelatinisatie – verstijfseling van zetmeel door hitte/vocht (extrusie); verhoogt verteerbaarheid maar vraagt zetmeel.


Deze begrippenlijst hoort bij de Kennisbank van Hond & Katwaardig en wordt regelmatig aangevuld.